RP Logo ster 80 (VV)RP Logo ster 80 (VV) HISTORIE KORPS RIJKSPOLITIE
DISTRICT
ALKMAAR

PRIKBORD ENKHUIZEN


HERINNERINGEN UIT DE OUDE SCHOENENDOOS
        Deel hier je herinneringen van jouw tijd bij de Rijkspolitie met anderen.Stuur je krantenknipsels of foto's liefst met een mooi verhaal erbij in via info@rijkspolitie.org Boven ieder item staat de datum van plaatsing. De laatste inzending wordt steeds bovenaan geplaatst.Kan jij iets vertellen over de getoonde foto’s of heb je namen van de personen of gebouwen op de foto’s of heb je aanvullingen of wijzigingen mail het ons dan. Wel graag de datum van het item vermelden.
Help ons want alleen samen kunnen we er echt iets moois van maken.

Geplaatst op 30-8-2015
Bron : CD Reünie Enkhuizen

Naar > Fotoblad Enkhuizen.
Een document met heel veel mooie foto's en andere documenten.


Geplaatst op 11-11-2010
Met dank aan: H. van Beuskom.
 
Herinneringen uit Enkhuizen in de zestiger jaren.

De tijd die ik in Enkhuizen doorbracht lag tussen 1959 en 1969.
Het was over het algemeen een rustige tijd en absoluut niet te vergelijken met de aanblik die Enkhuizen nu in de zomermaanden vertoont.
Er was voor de krant vaak weinig politienieuws te melden. Een bekende stadsfiguur was in die tijd de Toeter (de heer Stavenuiter), plaatselijk verslaggever van de Enkhuizer Courant die vrijwel dagelijks kwam informeren of er nog wat was gebeurd. In een dolle bui vertelde ik hem toen dat een mevrouw een paar kousen had gekocht voor weinig geld omdat ze een weeffout je hadden. Bij thuiskomst bleken er geen voeten aan te zitten. Kennelijk geloofde de Toeter mijn verhaal want hij had weer een dankbaar onderwerp voor een stukje in de krant. Een andere bekende inwoner was de Bolhoed, een verzekeringsman van de RVS die, toen mijn vrouw op alledag liep van onze oudste zoon, iedere keer over de schutting kwam kijken of het "er al was", want hij wilde de eerste zijn die een verzekerringetje afsloot. Dat kon allemaal in die dagen toen iedereen elkaar kende. Kenmerkend voor die tijd was ook dat ik meemaakte dat dokter Van der Heide mij gewoon van de straat plukte omdat ik er slecht uitzag. "Kom morgen maar eens op mijn spreekuur". Na onderzoek bleek ik bezinksel in mijn bloed te hebben. Van de specialist moest ik een maand rust houden, ik had de symptomen van tuberculose, wat het achteraf niet bleek te zijn. Na een maand rust was alles hersteld. En dat voor een huisarts die 12 uur per dag in touw was, kom daar nu maar eens om!

Ik weet nog goed dat de politie altijd op Sint Maarten-avond in de clinch lag met de Enkhuizer jeugd. Er werd toen flink op los gemept. Tot we een andere vervangend groepscommandant kregen, Dragtsma was zijn naam, die het anders aanpakte. We gingen nergens meer op in, alleen met het bonnenboekje, alles werd opgeschreven: een soort zero-tolerance-systeem. De rellen met Sint Maarten behoorden toen voorgoed tot het verleden.

Ik herinner me ook nog een zekere Barendje Rob, een zwakzinnige jongen die tuinwerkzaamheden verrichtte. Toen we hem van een klein akkefietje verdachten en hem, toen we hem een dag daarna ontmoetten, daarover wilde aanspreken, riep hij al op afstand:"Ik heb 't niet doan!" Wij wisten toen genoeg.

Een Urker visser die op de haven woonde, had de bijnaam Pieterman. Ik sprak hem in het begin eens zo aan, omdat ik dacht dat hij zo heette. Dat werd niet op prijs gesteld! Met de bijnaam werd niemand aangesproken. Hij was trouwens nogal tegen-maatschappelijk. Aardse wetten hield hij niet zo van, boetes betalen had hij nog nooit van gehoord. Als hij weer eens de cel inging als vervanging van zijn niet betaalde bekeuringen, had hij de bijbel onder zijn arm.
Aldus H. van Beusekom 

Geplaatst op 11-11-2010
Met dank aan: J. Vos

Het was in de vijftiger jaren, dat Enkhuizen bezocht werd door een bekend circus, niet vanwege de prestaties van de dieren, maar vanwege het feit dat op geen enkele plaats de staangelden werden betaald. Voor het circus arriveerde was aan de politie medegedeeld dat betaling altijd achterwege bleef. Een en ander werd aan het gemeentebestuur doorgespeeld, desondanks werd standplaats verleend. Zoals ook nu waren in de jaren vijftig veel dierenbeschermers in Enkhuizen actief. Eén van deze liet dan ook van zich spreken. In een stadsdeel woonde Trees, een alleenstaande vrouw die op een avond het circus bezocht. Behoudens enkele gepensioneerde beren, apen en een oude kameel was er niet veel te zien in de piste.. Tegen het einde van de voorstelling deed zich iets bijzonders voor. Een groepje paarden draafde in het rond onder luid zweep geknal, gedaan door de directeur in eigen persoon. Als laatste van de dravers liep een klein paardje, broodmager en kon de grotere broers nauwelijks bijhouden. Het was aan het dier te zien dat het niet meer zo lang zou draven.

Het dierenbeschermersinstinct ontwaakte bij Trees en na afloop van de voorstelling bezocht zij de circusdirecteur. Na enig loven en bieden werd zij de eigenaresse van het paardje. Gebonden aan een stuk touw ging Trees met haar bezit huiswaarts. Zij bewoonde een grote woning met brede deuren en gangen. Een stalling was er niet bij de woning, goede raad was duur. Het magere dier werd door de deuropening gewrongen naar de gang en vervolgens langs de kamerdeur naar de voorkamer geloodst. Al het meubilair verdween naar de achterkamer en het paard had een fijne stal. Door de goede verzorging, die enkele maanden duurde, ging het beest er beter uitzien en begon zowaar te groeien. De paardenmest was geen probleem. Achter de voordeur was een luikje in de vloer waar de waterleiding kon worden afgesloten. Het luikje verdween en de mest werd in het gat gedeponeerd. Bij het binnenkomen moest men over het gat heen stappen. De dierenliefde werd door de omwonenden niet gewaardeerd, vooral de mest niet.

In de nabijheid van het stadhuis werd ik door de burgemeester binnengeroepen. "Het zal u bekend zijn dat Trees een huisdier heeft in de vorm van een paard". "Jawel", zei ik, "maar waar is het verboden een paard in huis te hebben?" "Ga eens langs bij Trees en rapporteer mij de omstandigheden" .
In uniform bezocht ik Trees. Zij kende mij wel en liet mij direct binnen. Het paardje zag er kostelijk uit, lekker mollig, de vloer was dan ook bezaaid met groenvoer en worteltjes. In het begin was er een plank voor de kamerdeur getimmerd, dat was niet meer nodig, want het dier kon toch niet meer door de opening. De mest was inmiddels tot boven de vloer gerezen. Een en ander aan de burgemeester meegedeeld. We zochten naar een oplossing. De burgemeester, begiftigd zijnde met drie taken door de wet voorgeschreven, dacht een oplossing te hebben gevonden. Hij was belast met o.a. Openbare orde, Brandweer en de Zedelijkheid. In dit laatste zag hij zijn bevoegdheden. Het geval Trees vond hij zedeloos, in strijd zijnde met wat onder zedelijkheid wordt verstaan. Mogelijk zag hij ook verstoring van de Openbare Orde, in de vorm van opstandige omwonenden.

Met die gegevens begaf ik mij naar de woning van Trees. De voordeur stond aan. Het paard stond voor het raam, het had de onderkant van de gordijnen opgegeten en had zodoende zicht op de weg en de timmerwerkplaats aan de voorzijde. "Kom maar binnen Vos, riep Trees, "denk om het gat". Binnen had ik een lang gesprek met Trees en deelde haar kansen mede, die echter niet groot waren. Onder hevig protest en de nodige traantjes kwamen we het volgende overeen. Personeel van de gemeentewerken zou de deuropening verder openbreken zodat het paard naar buiten kon. Enkele dagen daarna gebeurde het. Het paard kwam opgewekt naar buiten, begroet door slager B. en Zn. De andere dag was er vrijbankvlees en veel Enkhuizers kauwden op de taaie stukjes vlees van het paardje, de laatste in de rij van de piste.

Aldus de Wachtmeester Eerste klasse Johannes Vos. Hij diende van 1952 tot 1965 in Enkhuizen.

Geplaatst op 11-11-2010.
Met dank aan: W.C. Brouwer

DE JONGEN DIE DOOR HET DOORGEEFLUIKJE KROOP.

Omstreeks 1972 hadden we een jongen van 14 jaar in de cel voor diefstallen. Op een gegeven moment zag ik hem op de gang lopen. "Waar kom jij vandaan" vroeg ik hem. “Ik ben door het luikje naar buiten gekropen" antwoordde hij. Inderdaad stond het doorgeefluikje van de cel open, wat dicht hoort te zijn Het luikje was zo klein dat een normaal mens daar onmogelijk doorheen kon. Ik weet de maten niet meer precies, maar een plat etensbord kon er doorheen om aangereikt te worden en was evenredig hoog. De collega 's weten dat wel. Het was een jongen van normale lengte en breedte. Ik zal ik het nog een doen; zei hij. Hij stond alweer klaar. “Nee", zei ik, “als je blijft steken dan moeten we je eruit zagen". Even later zat de jongen weer in de cel. Het luikje bleef voortaan wel op slot. Ik vond het bijna niet te geloven dat de jongen door dat kleine luikje naar buiten had gewrongen, maar het is waar gebeurd.

DE MAN DIE ZIJN EETLEPEL INSLIKTE.

In 1970 zat er in diezelfde cel een inbreker afkomstig uit Rotterdam. op een gegeven moment belde hij en zei dat hij eetlepel had ingeslikt en dat deze nu in zijn maag zat. Hij had kort tevoren zijn middageten gehad. De lepel bleek in daad weg te zijn. Ongelooflijk. Hoe krijg je in vredesnaam een normale eetlepel door je strot. Ik heb hem krom gebogen dan kon ik hem zo inslikken", zei hij. We brachten hem naar het ziekenhuis in Enkhuizen en inderdaad bleek er een lepel in zijn maag te zitten. De chirurg heeft de lepel er operatief uitgehaald. Het lepel gedeelte had de man dubbel getrapt om beter te kunnen doorslikken. We kregen geen duidelijkheid waarom de man het had gedaan. Ontvluchten uit het zieken¬huis? Hij hield er geen nadelige gevolgen aan over, beterde snel en kwam na verloop van tijd weer bij ons terug uit het ziekenhuis vandaan. De lepel was voor de verbalisant als souvenir.
Aldus W.C. Brouwer.

Geplaatst op 11-11-2010.
Met dank aan:  Peter de Lange.
 
Herinneringen van Peter de Lange aan de rijkspolitie Enkhuizen (1978-1994)

Een ‘goed gesprek’ met de groepscommandant van Enkhuizen, de adjudant Brouwer, gevolgd door het voorstellen aan de districtscommandant, de overste Stokreef, waren in 1978 de ingrediënten van de selectieprocedure tot ‘tweede opperwachtmeester’ op de groep Enkhuizen. Het was mijn (toevallige) plek op de ranglijst die er voor zorgde dat ik een aantal van mijn latere collega’s, onder wie Ton Leijen en Okke Andela, nét voor was. Anno nu kunnen we ons dergelijke ‘selectieprocedures’ niet meer voorstellen. Met de plaatsing als ‘opper’ in Enkhuizen kwam een droom van mij uit; vroeger had ik vaak bij familie in Enkhuizen gelogeerd -mijn moeder was een Enkhuizense- en ik was écht verliefd op het stadje.
Zo maar een paar opmerkelijke gebeurtenissen die mij uit ‘mijn’ periode 1978-1994 zijn bijgebleven:
-    De brand in de Stadsherberg
-    Grote brand in de fabriek Van Dok en De Boer (2 brandweerlieden ontsnapten ternauwernood)
-    De opening van het Buitenmuseum door H.M. Koningin Beatrix
-    De aanhouding op heterdaad van een aantal beroeps visstropers; de rechtszaak leidde uiteindelijk tot een wetswijziging.
-    T.v.-opnames voor TROS ‘ Vlieg er eens uit ‘.
-    Opening van het politiebureau aan de Westerstraat. Gelijktijdig brachten Ger van Dijk en ik onze eerste ‘eerste dag enveloppe’ van Enkhuizen uit; het allereerste exemplaar werd overhandigd aan groepscommandant WC. Brouwer; de serie Enkhuizer herdenkingsenveloppen loopt nog steeds, er zijn er inmiddels rond de 100.000 verkocht.
-    17 reservisten aangenomen en opgeleid. Een aantal van hen ook nu nog actief. 1

Dan hieronder nog een paar sterke verhalen (die wél echt gebeurd zijn) uit ‘mijn’ periode 1978-1993.

Een broer en zus die een groot aantal oplichtingen (flessentrekkerij) in Noord Nederland hadden gepleegd, werden in Enkhuizen gepakt; ik was bij het onderzoek betrokken. Toen de Friese politie hen ook verdacht van een gewapende bankoverval  (!) zou ik de vrouwelijke verdachte horen; ik had immers een goede band met haar opgebouwd. Ik had me voorbereid op een zwaar verhoor en had al m’n trucs al op een rijtje gezet; het ging nu immers niet meer om flessentrekkerij, maar om Echte Criminaliteit ! Maar hoe ik ook aandrong om tóch álles te bekennen wat ze gedaan had -ik vertelde haar niet dat we haar verdachten van een overval- de vrouw bleef er stellig, bijna verontwaardigd, bij dat ze ‘alles had bekend’. Als donderslag bij heldere hemel kwam er toch nog een opmerkelijke bekentenis uit de lucht vallen: toen ik haar vroeg ‘wat er dan in Menaldum was gebeurd’ deed ze mij en de meeluisterende Friese rechercheurs van verbazing achterover vallen door haar mededeling: ‘…maar dat was geen oplichting, dat was een overval !’


zoals wel vaker gebeurt werd de politie geroepen op een adres in de Breedstraat omdat de bejaarde bewoner al meerdere dagen taal noch teken gaf. De wijkverpleegster, een stevige veertiger, vreesde het ergste. Omdat ze een goede band had met de oude man wilde ze persé mee naar binnen, tenminste: áls we het huis in konden. Het lukte collega Willem Wubs om aan de achterzijde een ruitje in te tikken en binnen te klimmen, maar de voordeur zat oerdegelijk op slot en kon dus ook van binnen niet worden geopend. Gelukkig kon hij aan de voorzijde van de woning een schuifraam omhoog doen om de verpleegster en mij binnen te laten. Dat klonk makkelijker gezegd dan gedaan. De bovenste helft van de verpleegster ging, ondanks de respectabele boezem, nog vrij soepel door het schuifraam naar binnen, maar daar bleef het bij: het achterwerk bleek van veel te grote omvang. Halverwege was er geen beweging meer in te krijgen, behalve dan dat de verpleegster zelf in het raam lag te kronkelen van het lachen…… Na veel duw- en trekwerk wisten we haar toch naar binnen te worstelen, waarna we ernstiger gestemd gedrieën naar de zolder gingen. Daar wees alles erop dat de man al enige tijd dood was; hij lag op bed, met het laken over het hoofd, en de lúcht die er hing….. Op het moment dat ik eerbiedig en vol piëteit het laken van zijn gezicht af zou halen schrokken we ons helemaal lam: als uit de dood herrezen kwam ‘het lijk’ plotseling overeind en vroeg ons wat we kwamen doen……

Op een zaterdagmiddag werd een meisje met ernstige verwondingen opgenomen in het ziekenhuis nadat ze op de Noorderweg door een als een idioot rijdende automobilist was aangereden. De automobilist reed door en was niet te vinden; geen spoortje……
De daarop volgende nacht duwden vandalen aan het Spaans Leger een keet te water. Een getuige meende als dader Henk dG aan de stem te hebben herkend. Bij het huis van dG aangekomen deed zijn vader de deur open. Mijn kruid drooghoudend informeerde ik of ik zijn zoon Henk kon spreken. “De stommerd, ik had nog zo gezegd dat hij zich moest melden” was vaders’ reactie, ‘kom maar mee’. En hij leidde me naar de garage waar de zwaar gehavende auto stond waarmee zoonlief een dag tevoren het meisje had aangereden……

Dat slechts slapen niet alleen maar negatief hoeft te zijn, daar kan mijn wederhelft Corrie over meepraten. Op een weekendnacht hoorde ze rond een uur of vier een raar geluid op straat. Nou was dat niet zo gek, we woonden immers in de Westerstraat ! Maar als Corrie iets raars hoorde, dan was er meestal ook wel iets raars aan de hand. Zo ook nu. ‘Peter, d’r zit een vent aan onze eend’, zo maakte ze me wakker. En verdubbeltje, er zat inderdaad een kerel aan de overkant van de straat bij onze lelijke eend te rommelen. Terwijl Corrie de collega’s belde sloop ik twintig tel later op blote voeten, met het dienstoverhemd los over de dienstbroek, omgord met koppel en pistool, de voordeur uit. Geen vent meer te bekennen ! Met een omtrekkende beweging benaderde ik onze eend van de achterkant en daar ontwaarde ik plots één paar benen, bungelend uit het rechter achterportier, en één hoofd bij de stuurkolom. De Boef was onze auto dus al binnengedrongen ! Maar het was ónze auto, dus was hij voor mij ! Ik vermoed dat er zelden iemand meer geschrokken zal zijn dan deze zatlap, toen ik hem totaal onverwachts en met een hoop geschreeuw bij kop Een andere nacht slecht slapen leverde ook een inbreker op. We woonden aan de Meeuwenlaan, tegenover de oude MAVO, toen Corrie glasgerinkel hoorde. Dat er werd ingebroken was haar al snel duidelijk. Kort na mijn telefoontje waren meerdere patrouilles ter plaatse en inderdaad: de voordeur van de MAVO was opengebroken, maar een inbreker was niet meer te bekennen. Nou had Corrie nét voordat de collega’s kwamen iemand over het schoolplein zien lopen die ineens uit het zicht was verdwenen. Zou dit de inbreker geweest kunnen zijn ? En zo ja, waar was die dan gebleven ? Plotseling zag Corrie vanuit de bosjes op het schoolplein een rood stipje oplichten, dat even onverwacht ook weer verdween. Kort daarop wéér datzelfde rode stipje, maar nu op een iets ander plekje. En even later wéér, weer iets verderop in de bosjes. Het was duidelijk: daar zat iemand te roken ! De door mij gebelde meldkamer seinde via de portofoon meteen de collega’s in. Elke keer als de sigaret oplichtte, gaf Corrie vanachter het slaapkamerraam via mij en de meldkamer aanwijzingen aan de collega’s waar de verdachte zich bevond. Een klucht ! De verdachte werd in de kraag gevat en heeft nooit begrepen hoe de collega’s er achter waren gekomen waar hij zat. Hij zat immers zó goed verstopt……..!

Geplaatst op 11 november 2010
Bron CD Enkhuizen 47-94

RP Enkhuizen periode tot  1960

 RPG Enkhuizen 1960 1970 CD 46mei brouwer konmar(7V)
Mei 1946 Brouwer

RPG Enkhuizen 1960 1970 CD inspec Beekhoven(7V)

Inspecteur Beekhoven.

RPG Enkhuizen 1960 1970 CD gp enkhuizen 1935(7V)
1935 Groep Enkhuizen

 RPG Enkhuizen 1960 1970 CD 50kaarsemaker sikkink dekker 50-51(7V)
Kaarsemaker, Sikkink en Dekker.

 RPG Enkhuizen 1960 1970 CD buro politie Waagmuseum(7V)
Politiebureau Waagmuseum.

RPG Enkhuizen 1960 1970 CD polburo Breedstraat 08-20(7V)

Politiebureau Breedstraat in 1920.


Geplaatst op
Met dank aan:
Hier kunnen jouw foto's, verhaal en of documenten staan. Stuur ze in. Hoe lees het hier.
Help ons want alleen samen kunnen we er echt iets moois van maken.