RP Logo ster 80 (VV)AVD Logo Sticker(V) HISTORIE KORPS RIJKSPOLITIE
ALGEMENE VERKEERSDIENST RIJKSPOLITIE
 
Politie-Porsches. De mannen zijn terug.


Bron: Youngtimer Magazine

AVD Alg 12.50h 77  73-SK-85 jdw41 (V)V.l.n.r. Jan de Winter, Walter de Man en Fred Dröge.

Naam: Jan de Winter
Leeftijd: 62 jaar
Huidige functie: FLO (functioneel leeftijdsontslag)
Welke jaren met de Politie-Porsche gereden: 1972 tot 1996
Leukste van het rijden met de Politie-Porsche was: “Het mogen werken met deze prachtige auto!”
Andere functies binnen de politie: Waarnemer Dienst Luchtvaart, Instructeur Onopvallende Voertuigen, Groepschef Politiesurveillanten.
Huidige band met Politie-Porsches: Het organiseren van evenementen rondom de Politie-Porsche

Naam: Fred Dröge
Leeftijd: 64 jaar
Huidig beroep: Edelsmid (zie het speldje van het pothelmpje voor ‘echte’ Politie-Porschebestuurders)
Welke jaren met de Politie-Porsche gereden: van 1981 tot einde Porschetijdperk
Leukste van het rijden met de Politie-Porsche was: “Eigenlijk was het in elk tijdperk en elke periode leuk.”
Andere functies binnen de politie: “Eerst 8 jaar op de groep Rosmalen, Binnen de verkeersdienst ook nog even als persoonsbeveiliger van o.a. verschillende ambassadeurs en… Ik heb de eerste 15 afleveringen van het programma ‘Blik op de weg’ mogen doen!”
Huidige band met Politie-Porsches:“Heerlijk nostalgisch wentelen in die heerlijke tijd. Er zijn denk ik maar weinig mensen die hun eigen verleden weer kunnen doen herleven. Heerlijk toch?”

Naam: Walter de Man
Beroep: Eigenaar van Garage De Man te Numansdorp
Leeftijd: 50 jaar
Eigenaar van: ‘Alex 1250’ de 911 2.7 Targa uit dit artikel
In bezit van de Politie-Porsche sinds: 1998, vanaf juni 2009 terug gebouwd naar zijn oorspronkelijke/originele vorm
Leukste van het rijden met de Politie-Porsche is: “De geweldige, positieve reacties van het publiek!”
Politie-Porsche 911 2.7 Targa:

Het zijn herinneringen uit mijn jeugd: autoritjes met mijn ouders en broertje. Ik weet niet meer precies in welk stuk automobiele geschiedenis we ons over de nog rustige Nederlandse snelwegen verplaatsten, maar het zou heel goed de Renault 4 geweest kunnen zijn; de auto waarmee volgens de familieverhalen ondergetekende na zijn geboorte uit het ziekenhuis werd gehaald. We zullen ongetwijfeld onderweg geweest zijn naar een opa of oma. Met potlood en papier turfde ik het aantal auto’s van een bepaald merk. Mijn broertje naast mij deed hetzelfde, maar dan van een ander merk. Wie aan het einde van de rit de meeste streepjes had gezet, was de winnaar. Bovendien leerde mijn broertje hierdoor rekenen. Ik niet! Ik leerde dat auto’s eigenlijk veel leuker waren dan getallen. Vaak won mijn broertje dan ook onze competities. Het ging hem dan ook om de streepjes (en misschien zette hij er dan ook wel eens stiekem een paar teveel), mij ging het om de opvallende vierwielers en er ontgingen mij dan ook nooit bijzondere verkeersdeelnemers. Zo ontgingen mij ook die twee pothelmpjes in die open auto niet. “Wat is dat?!” schreeuwde ik als stuiterende kleuter op de achterbank. Mijn vader keek verschrikt door zijn linker (en enige) buitenspiegel om vervolgens subtiel het gas te liften. Al mocht je toen ook al 120 op de snelweg, veel harder dan 110 km/u kon de Renault 4 niet. Maar het respect dat de open auto bij autobestuurders in de jaren ’80 afdwong was genoeg om toch nog even net dat beetje extra in te houden om boetes te voorkomen.

“Dat zijn de polisies”, hoorde ik mijn vader zo kalm mogelijk terug zeggen, en “Ga recht zitten!” Ik gehoorzaamde gedwee. Rechtzittend, maar mijn neus platdrukkend tegen de zijruit, bewonderde ik de sportauto die ons voorbij ging. Ik zag dat de bijrijder even opzij keek en vriendelijk knikte toen ik, zonder dat mijn vader dit mocht weten, de diender een duimpje gaf. Dat beeld heeft me nooit meer losgelaten. Later leerde ik dat het een heuse Porsche was van de rijkspolitie. En elke keer bij het zien van zo’n Politie-Porsche sloeg mijn hart een paar slagen over. Helaas werden de laatste Porsches ongeveer eind 1995 / begin 1996 definitief uit actieve dienst genomen. De opvolgers waren na BMW’s 323 en Mercedes’ 190, onder andere de bekende Volvo’s met veel meer praktische bruikbaarheid en nog wat later ook door flitskliko’s langs de weg.

Ik ga er vanuit dat het voor de toenmalige agenten, die met zo’n Porsche mochten rijden, ook een enorme ervaring moet zijn geweest. Vooral omdat het hebben van een luxe of snelle auto nog lang niet zo’n gemeengoed was als tegenwoordig. Kunt u het zich voorstellen dat je met je, laten we zeggen Citroën Visa of je Zundap, naar je werk gaat en daar de sleutels krijgt van een snelle Porsche? En die je dan ook nog eens legaal de sporen mag geven op de openbare weg. Jan de Winter vertelt dat hij 23 jaar was toen hij voor het eerst met de Porsche mocht rijden. Zelf reed hij toen nog maar net met een Fiatje 850 en zijn collega Fred Dröge kwam op zijn werk in een Lada. Daarbij moet niet gedacht worden dat je zo maar op het politiebureau de sleutels van de sportwagen in handen gedrukt kreeg. Er ging een opleiding van 2 jaar aan vooraf en de toelatingseisen waren streng. In de beginjaren (jaren ’60) werd er zelfs gekeken naar de gezinssituatie. Als een agent nog niet getrouwd was en minimaal een kind had, werd je nog niet geacht over voldoende verantwoordelijkheidsgevoel te beschikken om met zo’n bloedsnelle auto onderweg te mogen.

AVD Alg 12.50H 77  73-SK-85 ts 0004 (V)De Nederlandse politie heeft een lange geschiedenis met Porsche. Al in 1960 nam de Rijkspolitie de eerste Porsche 356C op proef in gebruik. Twee jaar later werden er nog elf geleverd om vanaf dat moment actief te worden ingezet. De keuze voor een Cabriolet of Targa heeft een aantal redenen. Toentertijd waren matrixborden die files en stremmingen aangaven nog lang niet in gebruik genomen. Sterker nog; de eerste file was pas vijf jaar daarvoor een feit in Nederland. Een open auto bood dus de mogelijkheid om vanuit de auto andere weggebruikers te kunnen attenderen op naderend onheil. De bijrijder kon dan, staande op of achter zijn stoel, zijn aanwijzingen overbrengen. Het mag duidelijk zijn, dat de ARBO ook nog moest worden ontwikkeld. Voor de zichtbaarheid en herkenbaarheid werden later oranje vlakken op de beide portieren aangebracht. Open auto’s maakten het ook mogelijk om direct te kunnen communiceren met bijvoorbeeld vrachtwagenchauffeurs. Een derde reden is van psychologische aard. De gedachte heerste dat de agenten in de open Porsche sneller geneigd zouden zijn om uit te stappen om een praatje te maken met andere verkeersdeelnemers, omdat ze toch al in weer en wind buiten waren. Het voordeel van de luchtgekoelde motor van de Porsche 356 was dat er ook heel hard mee achteruit gereden kon worden. Het is opvallend hoe lang de Algemene Verkeersdienst van de Rijkspolitie is doorgegaan met het aankopen en inzetten van de Porsche 356, voordat deze legendarische Porsche werd opgevolgd. In 1966 werden namelijk nog tien van deze Porsches aan de Rijkspolitie geleverd, terwijl er al geruime tijd geen 356 meer werd geproduceerd. Één van deze laatste tien Porsches 356 schijnt in het bezit te zijn van de Amerikaanse acteur/komiek Jerry Seinfeld.

Dat de Porsche 356C goed beviel, blijkt wel uit het feit dat er naast enkele andere merken veelvuldig met Porsches werd testgereden als er weer een nieuwe dienstauto moest worden aangeschaft. Zo werden ook de Porsche 914 en 924 in handen van de bekwame dienders op de snelwegen gejaagd, maar de toenmalige bevelvoerder ‘kolonel’ Vogel wilde alleen het beste voor zijn mannen en in de loop der jaren werd besloten tot de aanschaf van 912’s en 911’s. De politie heeft dus in vierendertig jaar tijd een enorme diversiteit aan producten uit Zuffenhausen in gebruik gehad. Goedbeschouwd hebben, op de 993 na, alle luchtgekoelde Porsche 911-generaties politiekleuren gedragen. Een kleine opsomming van de Porsches die de revue hebben gepasseerd: vanaf 1962 de 356 Cabrio, vanaf 1966 de 912 (een ‘eenvoudige’ 911 met viercilinder), 914 (de zogenaamde Volkswagen-Porsche), vanaf 1966 911 Targa (met cilinderinhouden van 2.0, 2.2 en later 2.4), vanaf 1975 de 911 2.7 Targa (die de hoofdrol speelt in dit artikel), vanaf 1978 de 911 3.0SC, vanaf 1984 de 3.2 Carrera Targa en als laatste werd tussen 1990 en 1996 de 964 Targa en Cabrio bereden.

Om als agent op een Porsche te mogen rijden, moest je dus een echte vent zijn. Voor mietjes was geen ruimte aan boord. De filosofie dat agenten sneller geneigd waren uit te stappen wanneer ze in een open auto reden om verkeersdeelnemers aan te spreken op hun gedrag, werd in de praktijk bewezen. De agenten waren overgeleverd aan de krachten van het Hollandse klimaat en dat er een jaar of dertig geleden af en toe barre winterse weersomstandigheden voorkwamen, hoef ik niemand uit te leggen. Tot temperaturen van tien graden onder nul werd gewoon de kachel opgestookt, de kraag van de leren jas wat verder omhoog getrokken en desnoods het kokos voetenmatje tot onder de knieën gehesen, zodat de warme luchtstroom niet verloren ging naar de achterkant van de auto. En met regen? Ach, zolang je boven de 100 km/u bleef rijden, ging het meeste hemelwater over de inzittenden heen. Als het echt te gortig werd, dan werd een viaduct opgezocht om dan toch maar het dakje erop te zetten. Gezien het motorvermogen en het karakter van de auto, kon ook niet zomaar iedere agent achter het stuur kruipen. Met de motor achter de achteras en het hoge vermogen dat werd afgegeven aan de achteras, maakt de Porsche behoorlijk ‘tailhappy’. In die jaren ontbeerden sportauto’s nog de elektronische vangnetten van tegenwoordig, zoals stabiliteitsprogramma’s of tractiecontroles. Vooral tijdens vorst en regen kon de Porsche dus een bijzonder vervaarlijke machine worden in handen van onbekwame bestuurders. De langdurige rijopleiding was dus niet voor niets en ook na de opleiding werden de agenten regelmatig aan een onderhoudstraining en een halfjaarlijkse toets onderworpen. Fred laat met terechte trots een instructie-rapport zien van een herhalingstoets.

Rondom de aanschaf van de eerste Porsches gaan vele verhalen de ronde. Er is met veel auto’s getest, waaronder: Volvo Amazone, Citroën DS, Triumph TR6, etc. Uiteindelijk is het dus de Porsche 356C wegens bovengenoemde redenen geworden om als surveillancevoertuig te dienen. Volgens de overlevering stelde de leverancier van de auto’s, importeur PON, echter één opmerkelijke eis. Als de Porsches werden vervangen dan mochten ze alleen verkocht worden in het buitenland. PON was namelijk bang dat de Nederlandse automarkt overspoeld zou worden door witte ‘goedkope’ Porsche-occasions. In de meeste gevallen is dit ook gebeurd, waardoor er nog maar weinig originele Politie-Porsches van het eerste uur in Nederland te vinden zijn. Later werden de afgeschreven voertuigen op de gebruikelijke manier via Domeinen aan het grote publiek aangeboden. Door liefhebbers worden de laatste jaren echter steeds meer voormalig Politie-Porsches teruggehaald en teruggebracht in originele staat. De één gaat hier verder in dan de ander. Is het voor de ene persoon voldoende om de auto dagelijks bruikbaar te maken zonder bestickering en toeters en bellen, voor de ander is het de sport om de auto helemaal terug te brengen in de staat zoals er bij de Rijkspolitie ook mee gereden werd. Dan worden zwaailichten, stickers, logo’s er weer opgezet, wordt de achterbank weer verwijderd en de achtergebleven ruimte opgevuld met een speciale houten kist met gereedschap en materialen.

Ook Walter de Man probeert zijn exemplaar in zo origineel mogelijke staat te herstellen. Walter is al jaren Porscheliefhebber en is in de gelukkige positie om als garagehouder middelen en ruimte te hebben voor een projectauto. Ondanks het feit dat Walter geen politiecarrière heeft gehad, verlangde hij af en toe wel eens naar een Politie-Porsche. Toch was Walter niet specifiek op zoek naar een Porsche met politieverleden als hij, tijdens zijn zoektocht naar een leuke Porsche om op te knappen, tegen de 73-SK-85 aanloopt. Het is een redelijk nette auto en zijn interesse is gewekt. Als hij bij aankoop de auto nader bekijkt ziet hij bepaalde kenmerken die niet standaard op een Porsche Targa uit 1977 zitten. Zo valt voor een kenner de rechterbuitenspiegel op die afgesteld staat op de bijrijder en niet op de bestuurder en ontdekt hij ook sporen op de Targabeugel die duiden op de bevestiging van waarschijnlijk een zwaailamp. Met wat speurwerk komt Walter erachter dat dit inderdaad een voormalig Politie-Porsche moet zijn. Dit wordt bevestigd door PON door middel van een uitreksel van de leverings- en onderhoudsgeschiedenis. Maar het roepnummer is dan nog niet bekend. Van de auto met kenteken 73-SK-85 zijn vrijwel geen foto’s bekend, maar via een foto die gevonden wordt bij het Rode Kruis in Driebergen lijkt het zeer waarschijnlijk dat de auto roepnummer 1250 gehad zou hebben, maar op de foto staat een agent precies voor één cijfer van het kenteken en dus is er nog geen glashard bewijs.

AVD Alg 12.50H 77  73-SK-85 ts 0002 (V)

Uiteindelijk weet Jan de Winter één zwart-witfoto op te duiken en kan de identiteit van de Alex 1250 definitief worden vastgesteld. Deze Porsche 911 2.7 Targa is gebouwd en afgeleverd in 1977 en vanaf dat moment tot en met 1982 ingezet bij de politie. In 1982 is de Porsche bij Domeinen aangeboden. De eigenaar die de auto toen kocht, heeft de auto in tien jaar tijd weer bijna helemaal civiel gemaakt (zoals het terugbouwen tot een burgersportauto door Walter en de aanwezige agenten steevast wordt genoemd). Daarna is het even onduidelijk waar de Alex 1250 is geweest. Want de auto heeft na die tien jaar nog een maand of acht een andere eigenaar gehad, die de auto vervolgens aan een handelaar heeft verkocht. De eigenaar die de auto van de handelaar afhandig wist te maken, heeft veel energie gestoken om de auto weer netjes te maken. Tussen 1994 en 1998 vond er namelijk een gedeeltelijke restauratie van de voorkant plaats en vermoedelijk is toen ook de andere motor erin gehangen. Walter heeft daarna de 911 Targa verder aangepakt, omdat al snel na de aankoop het plan was geboren om de auto in zijn oorspronkelijke luister te herstellen. Zo zijn de remmen en leidingen weer in nieuwstaat gebracht en zijn de motor en versnellingsbak gereviseerd. Zo’n jaar of twee geleden was het technische gedeelte van de auto weer tiptop in orde en kon de focus van Walter daadwerkelijk verschuiven naar de cosmetische en geschiedkundige kant. Dat wil niet AVD Alg 12.50 77  73-SK-85 jdw [ws]zeggen dat alles zomaar aangeschaft kan worden en op de auto geschroefd. Veel onderdelen zijn moeilijk, of soms praktisch onmogelijk, te verkrijgen en het is af en toe een ware speurtocht op internet. Daarbij zijn ook bepaalde onderdelen volgens speciale specificaties vermaakt voor de Porsche. Gelukkig kan Walter rekenen op de kennis en het enthousiasme van voormalig Politie-Porschebestuurders, zoals Jan en Fred. Ook tijdens het interview blijkt hoeveel verstand van zaken en gevoel voor het erfgoed van de Politie-Porsche de voormalige bestuurders nog hebben. Voor het interview van start gaat hebben de beide mannen zich namelijk al geheel in het vroegere uniform gehesen en daarbij mogen de oranjerode pothelmpjes uiteraard niet ontbreken. Hun uniform moet nog vol zitten met verhalen, want het ene na het andere nostalgische verhaal wordt uit de mouw geschud. Al snel komt het op het resultaat van de restauratie van de Porsche Targa van Walter. Hoewel de restauratie met veel oog voor detail is uitgevoerd, zijn de beide agenten ook kritisch. Zelfs de snelsluiter aan de stang van de zwaailamp wordt gezien. Fred merkt droogjes op dat er eigenlijk een vleugelmoer op dit type Porsche werd gebruikt en ook de kleur oranje op de deuren geeft reden tot discussie. Walter geeft aan dat er door de Politie in die tijd meerdere tinten oranje zijn gebruikt en dat dit toch echt het meest lijkt op de kleuren uit archiefmateriaal waar dit type Porsche op staat. 

Zo op het oog lijkt de auto trouwens al helemaal af en zelfs de zwaailamp en de sirene werkt (en mag door middel van een vergunning ook daadwerkelijk weer op de auto zitten), maar Walter is zelf ook nog niet helemaal tevreden. Zo is Walter nog niet helemaal tevreden over de megafoon/sirene op de achterkant, want die is niet origineel. Hij komt wel ongeveer uit die tijd, maar het is niet de juiste. “Er staan er nu twee te koop in Amerika op E-bay en die wil ik gaan bestellen. Die zijn volgens de specificaties hetzelfde als die er oorspronkelijk op zat.” Jan is geïnteresseerd, want hij weet dat er nog iemand met een Porsche op zoek is naar zo’n toeter.

Walter vertelt ook dat hij laatst nog een mooie aankoop heeft kunnen doen om de Porsche verder te vervolmaken. Trots haalt hij, nog nieuw in verpakking, een antenne te voorschijn. Het is aan Walter te merken dat hij haast niet kan wachten tot de montage ervan en Fred geeft gelijk wat adviezen. Voordat de antenne kan worden gemonteerd moet deze namelijk worden ingekort tot exact 67 centimeter. Ik sta versteld van de detaillistische kennis die na al die jaren nog aanwezig is, maar Fred is overtuigd. Hij zoekt gelijk even in zijn tassen vol met archiefmateriaal naar de juiste papieren en inderdaad komt er een gebruiksaanwijzing voor de montage van een antenne te voorschijn waarop de genoemde maat staat aangegeven.

Met de Alex 1250 hebben Jan en Fred niet gereden, maar wel andere Porsches van dit type. Door de jaren heen hebben de beide agenten met ongeveer alle varianten van de 911, die in dienst waren bij de politie, gereden. Een echte favoriet hebben ze allebei niet, maar Fred zegt dat hij het liefst in de nieuwste modellen reed met alle snufjes en technieken die de voortschrijdende evolutie van de 911 met zich mee bracht. Wat weinig mensen wisten, is dat veel Politie-Porsches waren uitgerust met experimentele technieken die pas op latere modeljaren leverbaar waren. De sportwagenfabrikant uit Zuffenhausen wist dus dankbaar gebruik te maken van het intensieve gebruik van hun producten door de Nederlandse politie. Jan reed ook graag met de nieuwste types, maar zegt daarover: “Kijk, vroeger schakelde ik op naar de 200 km/u en in de laatste jaren schakelde ik ernaar terug. Dat is Porsche ten voeten uit!”

Het onderhoud aan de 1250 is nu niet meer te vergelijken met het onderhoud in de jaren dat de auto actief werd ingezet bij de politie. Het spreekt voor zich dat het onderhoud vooral in eigen beheer uitgevoerd wordt bij Garage De Man. Ondanks dat de auto voor veel evenementen en ritten ingezet wordt, worden bij lange na niet de kilometers gehaald als in eind jaren ’70 en begin jaren ’80. Wel worden ritjes naar Frankrijk, Italië of Spanje niet geschuwd. Het respect dat de Porsches toentertijd afdwongen onder de verkeersdeelnemers is de Alex 1250 nog niet verloren. Zo merkt Walter op dat vooral buitenlandse bestuurders abrupt snelheid verminderen bij het zien van de auto, om vervolgens zich te realiseren dat de auto en bestuurder toch echt geen deel meer uit maken van het huidige politieapparaat. Hun huiver slaat dan om in enthousiaste reacties, zoals opgestoken duimen: net als ondergetekende dat een jaar of 25 geleden deed.

Op dit moment heeft de auto ruim 200.000 kilometer gereden, maar daarbij moet wel worden aangemerkt dat de motor een keer is vervangen. Maar ook dat wil Walter in de toekomst zo snel mogelijk weer origineel maken: “Er ligt nu een 3.0 in, maar dat zal zo snel mogelijk weer een 2.7 gaan worden”.

AVD Alg 12.50h 77  73-SK-85 jdw96 (V)De auto krijgt het nu ook minder zwaar te verduren. Jan vertelt dat ze de Porsches vroeger regelmatig over de vluchtstrook reden en aangezien daar de meeste rommel ligt, diende er regelmatig controle uitgevoerd te worden aan de auto en het grootste gedeelte van het onderhoudsbudget ging dan ook op aan banden. Fred vult aan dat het niet zelden voorkwam dat banden na twee weken al vervangen werden, hoewel doorgaans om de drie maanden nieuw rubber gemonteerd werd. “We werkten twee dagen op en twee dagen af en tijdens deze lange dagen, maakten we soms wel 1500 kilometer per dienst”, verklaart Fred. Gezien die vele kilometers, hoge snelheden en bijzondere manoeuvres vraag ik me af of er wel eens ernstige ongelukken zijn gebeurd. Jan als Fred kijken elkaar even aan en kunnen niet direct een heel ernstig ongeluk noemen door rijfouten. Wel noemen ze een Porsche (Alex 1273) die letterlijk platgereden werd door een vrachtwagen met 35 ton cement. Wonder boven wonder bleef de bijrijder, die nog in de auto zat, ongedeerd en liep de bestuurder die net terug naar de Porsche liep slechts een zere knie op. Ook Jan kan zich een akkefietje met een vrachtwagen nog herinneren. Al rijdend sprak hij een bestuurder aan, toen pardoes zijn zonnebril afvloog. En terwijl hij uit het raam hing om een aanrijdende vrachtwagenchauffeur erop te attenderen denderde deze er in volle vaart overheen. Fred kan daarop pareren met een verhaal over een achtervolging, waarbij een collega op hoge snelheid zijn gordel al had afgedaan om de wetsovertreder een hartig woordje toe te kunnen spreken. Bij de eerste de beste bocht werd die collega echter zo uit de auto geslingerd, maar gelukkig bleef het bij een gebroken duim. Jan vertelt echter dat er heus wel eens een keer een collega onder het bloed heeft gezeten, maar dat was de oorzaak van een zwaan die probeerde onder de ruitenwisser door te vliegen. De collega bleef ongedeerd, maar de zwaan liet zijn bloedspetters na op het hagelwitte uniform van de bijrijder.

Uiteindelijk worden zo nog veel verhalen verteld. De jarenlange ervaring en de passie voor de Politie-Porsche zit duidelijk diepgeworteld in Jan en Fred en het ene memorabele feit na de andere schitterende anekdote volgen elkaar op, maar die passen helaas niet allemaal in het artikel. Wel is er de mogelijkheid om de verhalen persoonlijk aan te horen. Er wordt elk jaar in februari een Oldtimer- en Classicbeurs georganiseerd die specifiek op auto’s is gericht uit de media/film/politiewereld. Deze vindt plaats in het Autotron. Jan is nauw betrokken bij de organisatie van de stand met Politie-Porsches. Aankomend jaar bestaat de persvereniging van de Politie-Porsche 50 jaar en ter ere van dat heuglijke feit wil Jan, als medeorganisator, proberen tegen de vijftien in oorspronkelijke staat gebrachte Politie-Porsches op de stand te krijgen. Daaronder zal ook de Alex 1250 uit dit artikel aanwezig zijn. De verhalen van de oud-berijders en de huidige eigenaren garanderen bij voorbaat al een beurs om in de agenda op te tekenen.

Met dank aan:
Walter de Man van Garage De Man voor het ter beschikking stellen van de Porsche 911 2.7 Targa en de gastvrijheid;
Jan de Winter en Fred Dröge voor de schitterende verhalen, anekdotes, het enthousiasme en het mogelijk maken van de fotoshoot in authentieke uniformen;
Mevrouw Dröge voor het gebak, de gezelligheid, de uitvoerige documentatie van Fred’s Politie-Porschecarrière en het vertellen van haar kant van het verhaal als vrouw van een Politie-Porscheagent.

Bron: youngtimer Magazine
Tekst: Ralph Stoové


Naar > menu documenten en artikelen SVB (periode 60/68)

Naar> menu documenten en artikelen AVD (periode 68/93)