Logo kop RP 82 (VV)Logo kop RP 82 (VV)HISTORIE KORPS RIJKSPOLITIE
RIJKSPOLITIE ALGEMEEN
ARCHIEF E. POELAKKER



Uit het archief van E. Poelakker.
Archief verhalen Poelakker 10.34.37 bw(7K)E. Poelakker werkte tot 16 februari 1969 bij de Rijkspolitie groep Losser (Twente) en daarna bij de groep Wijk en Aalburg (in het Land van Heusden en Altena). Op 1 augustus 1980 ging hij met FLO.
Henk Poelakker, zoon van E. Poelakker, vond na het overlijden van zijn vader kopieën van processen-verbaal uit vervlogen tijden. De inhoud werd een inspiratiebron om verhalen te schrijven.


                    V1. Was het wel moord

                    V2. Wat heeft u daarop te zeggen.

                    V3. Spijbelen


  Heb jij nog foto's, verhalen of informatie m.b.t. tot dit artikel. Stuur ze in. Hoe lees het hier.




Logo kop RP 82 (VV)Logo kop RP 82 (VV)HISTORIE KORPS RIJKSPOLITIE
RIJKSPOLITIE ALGEMEEN
ARCHIEF E. POELAKKER



Was het moord?

1964. Bromsnor is ook in zijn vrije tijd benaderbaar voor inwoners van het dorp. De bel gaat en hij begeeft zich naar de voordeur. “Goedenavond Geert, wat kan ik je voor je doen”, zegt hij tegen de man die enkele huizen verderop in de straat woont. Een opgewonden Geert begint hortend en stotend zijn verhaal waarbij één ding duidelijk wordt: hij is ervan overtuigd dat zijn buurman geen natuurlijke dood is gestorven. “Ik denk dat ze Ab vergiftigd hebben en dat wilde ik even melden”, zegt hij met rode wangen.

Dat is een fikse aanklacht, dat riekt naar moord en dat kan niet even aan de voordeur afgehandeld worden. “Kun je over een half uurtje naar het politiebureau komen?” Die dertig minuten zijn voldoende om contact te zoeken met de plaatselijke commandant. Omkleden is niet nodig want net als alle andere agenten draagt Bromsnor na de dienst van de dag het uniform nog. Je bent bij de Rijkspolitie dag en nacht agent, zo luidt het credo in die dagen. Het telefoongesprek met de commandant is kort en bondig: “Neem de verklaring van Geert op en laat het lijk daarna in beslag nemen.”

De dienstfiets komt uit de schuur en met een zwierige zwaai gooit Brom zijn rechterbeen over de stang. Een kwartiertje later arriveert hij bij het bureau waar de commandant hem gespannen staat op te wachten. Ook hij beseft inmiddels dat moord een hoop gedoe met zich meebrengt. Hij heeft contact gelegd met de officier van justitie die wil dat er sectie wordt verricht. De opdracht is helder en er wordt een verhoorkamer in orde gebracht. Als Geert binnenkomt snort de koffiepot al. Met de jas nog aan steekt hij van wal: “Als buurman weet ik dat de twee zussen van de overledene argwaan kregen na het plotselinge overlijden van hun broer. Hoewel de beste man ziek was, leek niets erop dat hij dood zou gaan. De zussen denken aan het toedienen van een te grote hoeveelheid slaappillen. Gefluisterd wordt dat neef Karel er achter zit omdat de beide mannen onlangs hooglopende ruzie hadden over de duiven.” Bromsnor fronst zijn wenkbrauwen die als borstels boven zijn felblauwe ogen op en neer bewegen. “Ja, het schijnt dat De Witpen na zijn overwinning opeens duizenden guldens waard is. Neef Karel beweert dat de duif nog altijd van hem is maar de buurman zegt, ..eh..zei.. dat hij de Witpen vorig jaar cadeau kreeg.” Een motiefje lijkt op tafel te liggen, een mogelijke dader wordt genoemd. Wat nu? Bromsnor spoedt zich naar de zussen die een wake houden voor hun broer. Zij bevestigen wat Geert heeft gezegd; de melding aan de aanwezigen (waaronder de zeer verbaasde echtgenote van de overledene) dat het lijk in beslag wordt genomen vanwege verdachte stervensomstandigheden, maakt heel wat los. Als ook nog genoemd wordt dat er sectie zal worden verricht, breken de tranen door en wordt er geschreeuwd.

De volgende dag is onze veldwachter aanwezig in het ziekenhuis waar dokter Zeldenrust van het Gerechtelijk Geneeskundig Laboratorium uit Den Haag de sectie gaat verrichten. Alle handelingen van hem worden genoteerd en ook wordt opgeschreven wat de dokter vertelt. De maag wordt leeggepompt, het mes gaat in het lichaam en organen worden bekeken. De conclusie is kort en bondig: er is sprake van een natuurlijke dood, vermoedelijk een hartverlamming en dus geen sprake van een misdrijf.

Niet veel later geeft de officier van justitie het lichaam vrij. Bromsnor fietst naar het huis van de overledene en treft een ontredderd sterfhuis aan. Het blijkt dat de zussen buiten de weduwe om hun vermoedens hebben uitgesproken en dat buurman Geert als boodschapper naar de politie is gestuurd. De weduwe is boos op haar schoonzussen. Wat haar is aangedaan vindt ze verschrikkelijk. De begrafenis moest twee dagen worden uitgesteld. En hoe zit het met de neef? Hij meldt dat hij tijdelijk de duiven verzorgt en dat hij de verdachtmakingen over de Witpen al vergeten is. Tussen neus en lippen door zegt hij dat diezelfde duif gisterenmiddag vermoedelijk door een roofvogel is gepakt want hij heeft die topduif niet meer teruggezien………..




Logo kop RP 82 (VV)Logo kop RP 82 (VV)HISTORIE KORPS RIJKSPOLITIE
RIJKSPOLITIE ALGEMEEN
ARCHIEF E. POELAKKER



Wat heeft u hierop te zeggen?

1957. Als agent besef je dat je meer bent dan iemand die alleen maar bekeuringen uitdeelt. Toch spreekt je leidinggevende jou erop aan als je maar weinig bonnen uitschrijft. Vandaag is het tijd voor een snelheidscontrole. Samen met twee collega’s legt Bromsnor een soort start- en finishlijn op straat. Bij de startlijn staat de eerste collega die met zijn arm naar beneden zwaait zodra een auto die lijn passeert; op dat moment drukken zowel hij als de tweede collega die bij de finishlijn staat (100 meter verderop)de chronometer in. Als een bestuurder 7,2 seconden over die honderd meter doet, heeft hij een snelheid van 50 km/uur. Iedere bestuurder krijgt 10% ‘voordeel’ wat neerkomt op het volgende: wie die honderd meter sneller aflegt dan in 6 seconden, rijdt te hard. Bromsnor staat als derde agent een paar honderd meter voorbij de finishlijn en laat iedere auto stoppen. De bestuurder mag zijn rijbewijs en autopapieren laten zien en in die tussentijd hebben de collega’s uitgerekend of de snelheid is overschreden.

“Goedemorgen, mag ik uw papieren even zien”, aldus begroet Brom zijn toekomstige slachtoffers. Al bladerend in de paperassen vraagt hij, om nog wat tijd te rekken, waar de reis naar toe gaat. Inmiddels komt een van de collega’s aanlopen en vertelt dat meneer de honderd meter in 5,2 seconden heeft afgelegd. Omgerekend betekent dat hij een snelheid had van 69,2 kilometer. Te hard gereden dus. “Meneer Brinkmans, heeft u hierop iets te zeggen?”, vraagt Bromsnor met sonore stem. Aarzelend zegt de beste man: “Ik weet dat ik binnen de bebouwde kom niet harder dan 50 km mag rijden. Ik heb het bord wel gezien en ook wel snelheid geminderd maar kennelijk niet voldoende. Stom van mij. Het enige wat ik als argument kan aandragen is dat ik snel thuis wilde zijn.” De man krijgt te horen dat er proces verbaal zal worden opgemaakt en dat hij via de rechtbank bericht krijgt over de hoogte van de boete. “Goede reis verder.” De chauffeur draait zonder morren, zonder scheldwoorden of verwijten het raampje dicht en rijdt rustig weg.

’s Avonds heeft Bromsnor opnieuw dienst en fietst hij het dorp in. Een rustige avond, geen ongerechtigheden. Als hij zich voorbereidt om naar huis te fietsen, hoort hij om 23.45 uur een luid zingend en lallend persoon. “Halt, Rijkspolitie”, klinkt het door de donkere nacht. “Waarom zingt u nog zo laat op straat en mag ik vragen wie u bent?” De beste man houdt zijn pas in maar heeft moeite om echt stil te staan. Hij vertelt dat hij Bernhardus M. heet, geboren in december 1931. “Bernard, luister. Heb je vergunning om nog zo laat zingend over straat te gaan? Kun je misschien een ontheffing van de Burgemeester laten zien?” Een glazige blik richting veldwachter, een wankelende Bernhard die zich vasthoudt aan de fiets van Brom om niet om te vallen. En dan met dubbele tong: “Nee, dat heb ik niet.” Zingend, lallend en dus dronken over straat gaan is volgens de artikelen 431 en 451 verboden en dus krijgt hij een bekeuring. Het blijkt dat hij nog slechts een paar straten moet gaan en Brom stelt voor om hem naar huis te brengen. Met de fiets aan de hand wordt de vrolijke Bernard naar zijn woning begeleid. De achterdeur is, net als bij vrijwel iedereen in het dorp, nog open. “Zo kerel, je bent thuis. Snel naar bed en tot ziens.” Dan gebeurt er iets onverwachts. Bernard kust Brom op zijn wang. Die is echt lam, denkt de veldwachter als hij weer op zijn fiets stapt, met zijn linkerhand het kwijl van zijn wang vegend.




Logo kop RP 82 (VV)Logo kop RP 82 (VV)HISTORIE KORPS RIJKSPOLITIE
RIJKSPOLITIE ALGEMEEN
ARCHIEF E. POELAKKER



 Spijbelen

1955. Bromsnor stapt zonder kloppen de achterdeur binnen van het huis waar de dertienjarige Johanna met haar ouders woont. Haar vader murmelt zoiets als ‘mojn’ als antwoord op het vrolijke ‘goedemorgen’. Niet wachtend op de uitnodiging om te gaan zitten, schuift Brom aan bij de tafel waarop een eeuwig plastic kleedje lijkt te liggen. Een aangesneden brood, een botervloot met margarine, hagelslag en jam. Om zijn dienstpak niet te bevuilen waagt hij het niet om de ellebogen op tafel te laten leunen. “Ik hoor dat je dochter al enige tijd niet naar school gaat.” Vader veert op: “En van wie heb je dat gehoord dan?” Johanna heeft al te lang de huishoudschool niet bezocht en de commissie tot wering van schoolverzuim schakelde de politie in toen bleek dat de ouders niet kwamen opdagen om de commissie een toelichting te geven op het verzuim.

Harmsen
Een beetje nukkig zegt vader dat hij niet begrijpt waar iedereen zich druk over maakt: “Het kind hoeft nog maar een half jaar naar school. Bovendien is ze ziek geweest. Goed leren kan ze niet want ze is al een keer blijven zitten. Waarom moeten we dat kind nog plagen met een paar maanden onderwijs? Maar oké als het dan echt moet, zal ik mijn best doen om haar weer naar school te sturen.”

Bromsnor voelt dat de oplossing nabij is; maakt het uniform dan toch indruk? Benieuwd is hij waarom het kind thuis gehouden wordt want ziek is ze zeker niet meer; klasgenootjes hebben verteld dat ze haar regelmatig boodschappen hebben zien doen. “Luister Harmsen, je kunt je dochter niet zo maar maanden van school thuishouden. Wat is hier aan de hand?” De vader staat op en vist van achter de pendule op de schoorsteen een envelop. “Weet je hoe het is om met een zieke vrouw te moeten wonen?” en overhandigt de envelop. Het bevat een doktersbriefje waaruit blijkt dat zijn vrouw dringend hulp nodig heeft in de huishouding. “Ik maak als opperman lange dagen in de bouw en iemand moet toch voor ons vrouw zorgen. We hebben het niet breed en dacht dat Johanna de school kon missen als kiespijn. Ze doet boodschappen, ze wast en houdt het huis schoon. Is daar iets op tegen?” Brom denkt na en komt in tweestrijd. Formeel is Harmsen een verdachte en kan de rechter hem ter verantwoording roepen. Informeel ziet hij echter paniek en armoede, ziet hij een dochter die over een half jaar de school verlaat en onmisbaar is in het gezin waar nog meerdere jonge kinderen te tellen zijn. Hij staat op, schuift de stoel weer onder de tafel en zegt dat hij alles nog eens zal overdenken. “Ik kom binnenkort nog eens terug” en zet zijn hand aan de pet ten afscheid.

De oplossing

Niet veel later zit Bromsnor bij de dominee in de pastorie en ondanks dat het gezin van Harmsen niet trouw ter kerke gaat, luistert de dominee aandachtig en denkt hij mee over een oplossing. Aansluitend stapt Brom binnen bij de directrice van Johanna’s school. Onder het genot van een warm kopje koffie worden de kaarten op tafel gelegd. Politie, school en kerk bedenken het volgende: Johanna gaat de komende maanden halve dagen naar school waarmee voldaan wordt aan de leerplicht. De dominee is gaan praten met de wijkzuster. Bromsnor heeft de buurvrouw bereid gevonden om een oogje in het zeil te houden, financieel gesteund door de diaconie. Het proces-verbaal wordt afgesloten met een formeel briefje naar de commissie die de zaak Johanna aanhangig maakte: Mijne Heren, ik kan u meedelen dat Johanna met ingang van afgelopen maandag weer naar school gaat en dat het gezin geholpen wordt.

(Had Brom zijn roeping als maatschappelijk werker gemist?)