Jasperse oom agent "Op stap met Oom Agent"
Een serie korte, waargebeurde, verhalen uit de politiepraktijk, opgeschreven door oud colega John Jasperse die zijn hele loopbaan in de Bollenstreek bij de Rijkspolitie heeft gewerkt. Verhalen van soms 30, 40 of zelfs 50 jaar geleden.
Om herkenning te voorkomen zijn namen en adressen veranderd. Het laatst toegevoegde artikel staat bovenaan.


RP Logo ster 80 (VV) RP Logo ster 80 (VV) HISTORIE KORPS RIJKSPOLITIE
 
OP PAD MET .....OOM AGENT


Jasperse oom agent

Op pad met . . . . Oom Agent,

(Een baldadig verhaal. . . .bij de mobiele eenheid)

Ik waarschuw u alvast maar. Het wordt een verhaal met een baldadig eind, dat u van de politie vast niet gewend bent.

Het jaar 1969 staat mij nog helder voor de geest. Ik was nog niet zo lang bij de politie en moest nog een heleboel ontdekken èn meemaken !

In juni 1969 werd het voormalige district Leiden van de Rijkspolitie, waar ik werkte, opgeheven en samengevoegd met het district Den Haag. Dat had gevolgen, niet alleen voor de leiding van beide districten en voor het lagere personeel, maar ook voor de mobiele eenheden van beide districten.

Een mobiele bestond toen uit vier groepen variërend van 10 - 12 man. Ja, toen deden er nog geen vrouwen mee. Twee eenheden van pakweg zo’n 50 personeelsleden samenvoegen dat zou dus samen zo'n 100 mensen bij elkaar zijn, maar dat gebeurde niet. Er werd een nieuwe mobiele eenheid van 50 personen, euhh . . man, samengesteld uit de beide districten. Ik kwam terecht in groep 3, die alleen bestond uit mensen uit de Bollenstreek met Oegstgeest en Rijnsburg. Groep 4 bestond uit mensen van de andere, zuidelijke, kant van Leiden, zoals: Leiderdorp, Hazerswoude, Voorschoten, Boskoop en Nieuwkoop.

In 1969 werd ook gestart met de Centrale Opleiding Mobiele Eenheden bij de rijkspolitie. Omdat er nog geen vast onderkomen was begon men in de najaars- en winterperiode in vakantieoord 'De Westerbergen' in Echten, destijds eigendom van de Rotterdamse Havenbedrijven.

Het was even wennen. Met 10, 11 of 12 man in de Renault ME-bus naar Drente met 'halverwege onderweg nog even een 'koffiestop’ in een of ander restaurant ergens in de buurt van Zeist of bij Zwolle.

Daarna met frisse moed door naar Echten om zo rond een uur of 12 daar aan te komen en een slaapplaats te zoeken. We werden ondergebracht in bungalows met een uitstekende accommodatie. Zoiets had ik van mijn werkgever niet verwacht. In iedere bungalow werden, afhankelijk van de grootte van de appartementen, vier, vijf of zes mensen ondergebracht. Het was voor mij allemaal nieuw, de meesten hadden al eens deel uitgemaakt van een ME-peloton en zij dachten iets van de opleiding te kennen, kregen in eerste instantie gelijk.

Er werd geoefend met verschillende commando’s zoals met de kreet:         ME, Uit de wagens: NU!

Daarna optreden in formaties, linies en diagonalen naar links en naar rechts. We gebruikten nog steeds de oude helmen van staal die volgens kenners nog door onze militairen voor de 2e wereldoorlog gedragen waren. De helmen van het Amerikaanse type met een binnen- en een buitenhelm kwamen later. Ook kwam het oefenen met traangas en gasmaskers aan de orde. Het werd dan ook ruimschoots gebruikt en de verhalen in kranten dat Drentse boeren huilend van ons traangas de koeien moesten melken: dat kon best wel eens waar zijn ! Maar al snel bleek dat er ook aan psychologische oorlogvoering werd gedaan. Een ‘van rijkswege verstrekte deskundige’ een psycholoog met de graad van doctorandus trachtte ons uit te lokken tot het gebruik van geweld om daarna ons om de oren te slaan met allerlei reprimandes als het uit de hand was gelopen. Hij werd serieus ondersteund door de directeur van de opleiding bijgestaan door een paar instructeurs of, zo u wilt docenten, die praktisch alle oefeningen op video vastlegden om ons daarna te overtuigen dat we toch echt over de schreef waren gegaan. Door ons werden deze fratsen onverdeeld aangeduid als ‘mentale opdonders’. Zo ging tijdens een sessie een collega compleet over de rooie omdat er opzettelijk een politiepet vernield werd waarvan hìj dacht dat het zìjn pet was.

Soms hadden wij in de avonduren ook nog wel een oefening of een of andere uitleg. Wij werden ook wel gedropt. Het gebeurde in die tijd ook dat wij ’s avonds op een afstand twintig tot dertig kilometer afstand van ons kamp in kleine groepjes geloosd werden en maar moesten zien hoe wij lopend terug kwamen. Een kompas en een doosje lucifers was het enige wat we mochten meenemen. We werden soms gefouilleerd om te zorgen dat het eerlijk gebeurde. Deze activiteiten werden ’s avonds ruimschoots nabeschouwd in de vrije uren, als we die hadden, in een van de grote bungalows. Dat nabeschouwen gebeurde meestal onder het genot van al dan niet alcoholische frisdrank of zelfs wat zwaardere vloeistof als een jonkie of een cognakkie.

Omdat nooit het hele peloton zo ver van huis weg moest gingen we met maar twee groepen naar Drente toe. Eén groep van het voormalige Haagse district en één groep van het voormalige Leidse district. Omdat de rijkspolitie namelijk ook de taak had regerings-gebouwen te bewaken zoals de 1e en 2e kamer, bleef dus de helft van het peloton altijd dicht bij huis.

Zo kon het gebeuren dat wij op een avond vonden dat de twee groepen moesten verbroederen. Er werden ruimschoots anekdotes verteld, nieuwigheden uitgewisseld en moppen getapt. De stemming steeg en ja . . . . misschien daalde het pijl wel een beetje.

Een van ons had een groenkleurige fles met geestverrijkend vocht mee van huis genomen. Anderen dronken gezellig een biertje mee en ja, er wordt ook nog alcoholvrij geschonken. In ieder geval: iedereen had het naar zijn zin en de avond werd in gepaste vrolijkheid doorgebracht. Ja het werd zelfs nacht en op een gegeven moment vonden er collega’s dat men op de camping moest horen dat ME-ers van het zojuist verbroederde district Den Haag aanwezig waren. Er werden deksels , potten, pannen en pollepels gebruikt om zingend, eigenlijk was het meer joelend, de camping over te lopen. Dat duurde wel even totdat wij, ja ik deed ook mee, tot de conclusie kwamen dat het nu wel genoeg was geweest en dat alle huidige bewoners op de camping, alleen collega’s eigenlijk, nu wel wisten dat de ME van het nieuwe district Den Haag verbroederd aanwezig was. Maar er moest nog wel even worden afgewassen. Met ons allen natuurlijk, want we konden de bewoners van deze bungalow niet met de ruïne laten zitten. Aldus gebeurde. Een van de afwassers had nog een grapje, nou ja grapje ? Hij vroeg in het algemeen: “Hebben jullie wel eens een vliegende schotel gezien ? Nee ? Nou kijk maar, daar gaat er een !” Toen was het genoeg. We hebben de rommel opgeruimd en zijn, wat later, naar bed gegaan.

Achteraf gezien was het wel een beetje beschamend dat politiemensen dit konden doen en het is daarna ook niet meer bij ons voorgekomen, want er hoefde tenslotte maar één keer verbroederd te worden.

Toch denk ik er nog wel eens aan. Als ik aan het afwassen ben en twee pannendeksels in mijn handen heb. Dan denk ik “Tsjeng. . . .tsjeng” of ik zie ze soms vliegen als ik een schotel of bord afdroog.

Ssssst. . . . Niks tegen mijn vrouw zeggen hè ?

Oom Agent.


Naar > Overzicht verhalen Oom Agent.

Reacties op dit verhaal graag naar info@rijkspolitie.org


 



RP Logo ster 80 (VV) RP Logo ster 80 (VV) HISTORIE KORPS RIJKSPOLITIE
 
OP PAD MET .....OOM AGENT


Jasperse oom agent

Op pad met Oom Agent’ is een serie van korte, waargebeurde, verhalen uit de politiepraktijk, opgeschreven door een vrijwilliger die zijn hele loopbaan in de Bollenstreek bij de politie heeft gewerkt. Het zijn soms gebeurtenissen van 30 of 40 jaar geleden. Om herkenning te voorkomen zijn namen en adressen veranderd.

 

De mooiste file van Nederland

Met deze reclame wordt het corso voor de bloembollenstreek al jaren lang via radio en televisie aangeprezen. En inderdaad, decennia lang komen mensen van over de hele wereld hier naar deze streek om al die mooie wagens te bewonderen. De schattingen van het aantal toeschouwers variëren van zevenhonderdduizend tot ruim één miljoen. En er komen lang niet alleen mensen uit Europa want Japan, Amerika en China doen ook al goed mee.

Zoals bekend: het trekt al jaren op de laatste zaterdag in april door de Bollenstreek. Het allereerste Bloemencorso van de Bollenstreek dateert uit 1947. Het was Willem Warmenhoven, een amarylliskweker uit Hillegom, die de allereerste volwassen praalwagen bedacht: een walvis, op een krakkemikkige vrachtwagen gemonteerd. Zaterdag, 22 april a.s. is het weer zover. Ook de bewoners van de Bernardus kunnen het corso weer bewonderen want rond het middaguur wordt hier immers door de medewerkers van het corso geluncht.

Er is in de loop der jaren veel veranderd. Oom Agent kreeg in 1967 als politieman voor het eerst met het corso te maken. Hij werkte in die tijd in Voorhout. Daar kwam het corso toen nog niet langs. Maar op de Nagelbrug en bij het kruispunt ’t Soldaatje kwam wel heel wat verkeer voorbij. Er werden politiemensen uit het hele land vandaan gehaald. Die logeerden dan voor één nacht bij de St Bavo in Noordwijkerhout. Zo had ik eens een 10-tal collega’s uit Noord-Limburg voor assistentie. Op een gegeven moment waren ze allemaal zoek Ik ontdekte hen in een snackbar waar zij zaten te lunchen.

 

’s Morgens vertrok het corso altijd vanaf de ‘Warmonderdam’ (zo werd de t-kruising Hoofdstraat/Rijksstraatweg en Warmonderweg toen genoemd). Het ging via Lisse richting Hillegom waar het rond een uur of één aankwam. Na een uurtje rust ging het dan weer terug naar Sassenheim. Hier werden de figuranten, vaak moe en verkleumd, van de wagens af getild. Dat gebeurde toen nog niet met hoogwerkers, zoals nu, maar met trapleertjes en ladders. Veel dames lieten zich dan graag in de armen van de stoere politieagenten vallen.

De hele dag was de Bollenstreek gesloten voor het doorgaande verkeer. De corsoroute doorkruisen mocht wel tot 1 uur voor het passeren van het corso. Taxi-

chauffeurs en anderen die konden aantonen dat zij op die dag in de Bollenstreek moesten zijn, kregen een ontheffing.

Al het verkeer werd dwingend via voorgeschreven routes omgeleid en zo kon het gebeuren dat ik soms ‘s middags voor de vierde of de vijfde maal dezelfde auto voor mijn klapbord zag staan, waarbij de bestuurder wanhopig vroeg of ik hem geen uitweg in deze warboel kon wijzen. Dat was soms voor de mensen van buiten de Bollenstreek niet plezierig. Maar ook voor ons niet, in die tijd. In zes weekends mochten namelijk wij geen vrije dag hebben op zaterdag en zondag. Om die overlast te ontlopen werd er soms om de nachtdiensten bijna gevochten.

De routes van de stoet zijn regelmatig gewijzigd. Zo ging het corso na een paar jaar van Sassenheim naar Haarlem, waar het dan ook bleef staan. Later vertrok het corso

vanuit Haarlem naar Sassenheim om bij de Sikkens’ lakfabrieken een rustpauze te nemen, hierna vertrok het corso dan weer naar Noordwijk. Toen wilde de gemeente Noordwijkerhout ook wel gaan meedoen in de route. Men vond dat Noordwijkerhout, welke gemeente het grootste landoppervlakte aan bollenteelt had, wel vertegenwoordigd moest zijn.

En zo werd al een aantal jaren uitgeprobeerd wat eigenlijk de meest gunstige route voor het corso en voor de toeschouwers was. Bovendien speelt in dit soort zaken ook de sponsoring van gemeenten en bedrijven een rol. Het is tenslotte ook niet alleen een pracht van een reclame voor de Bollenstreek en de gemeenten, maar zeker ook voor de deelnemende bedrijven en verenigingen. Uiteindelijk werd de route vastgesteld zoals het nu is. Op vrijdagavond rijdt het corso verlicht door Noordwijkerhout. Op zaterdagochtend vertrekt het uit Noordwijk om via Voorhout en Sassenheim de route door de Bollenstreek naar Haarlem te maken. Enne…. Inderdaad staat het rond 12 uur stil bij de Bernardus.

Zaterdagavond en ’s zondags staat een groot deel van de wagens op de Boulevard in Noordwijk.

Toen indertijd, jaren geleden, het corso omstreeks 5 uur ’s middags de overweg bij de Sikkens moest passeren werd het tijd om de nodige veiligheidsmaatregelen te nemen. Bij de overweg Piet Gijs werd een collega geplaatst die de naderende treinen doorgaf aan de bewaking bij de Sikkens overweg. Hetzelfde gebeurde vanaf het station in Leiden. Zo konden alle corsovoertuigen veilig de rails passeren. Later werd deze taak verricht vanuit een helikopter die prachtig boven de spoorlijn kon blijven ‘hangen’.

Omdat er rond het corso nogal wat verkeer door de streek rijdt is een toezicht daarop hard nodig en hoe kun je dat beter dan vanuit de lucht? Eerst werd daarvoor een klein vliegtuig gebruikt, maar door het snelle stijgen en dalen werden de collega’s daarin vrij snel luchtziek. Met een helikopter heb je daar niet zo snel last en dat gebeurt dus ook nog steeds.

Het corso passeert ’s morgens de spoorwegovergang in de bebouwde kom van Voorhout. De treinen rijden daar bijna stapvoets voorbij. De Nederlandse Spoorwegen werken hierdoor mee aan de begeleiding van het bloembollencorso.

Toch zijn er op die laatste zaterdag in april nog wel eens wat dingen gebeurd die het corso behoorlijk in de war konden sturen. Ik weet nog goed dat de brandweer van Sassenheim eens op die zaterdagmiddag uit moest rukken naar Lisse. Dat moest gebeuren tegen de rijrichting van het corso in.

In Lisse was brand uitgebroken en de brandweer van Lisse was voor een landelijke wedstrijd weg, dus moesten de Sassenheimse spuitgasten daar die taak overnemen. Met veel goede wil en met de hulp van twee motoragenten werden de brandweerwagens tegen het corso in via de Hoofdstraat en de Heereweg naar de brand geloodst. Het kwam het uiteindelijk allemaal goed, al gaf het wel een hoop ‘gedoe’. Waar ook nogal wat werk bij komt kijken zijn de mensen die bij het corso met een ambulance moeten worden afgevoerd. Er rijden altijd twee Rode Kruis ambulances mee met het corso en langs de route staan er ook nog wel een paar.

U ziet wel: aan alles wordt gedacht.

Want vanaf januari worden de geraamtes van de praalwagens klaargestoomd om vlak voor het corso te worden afgewerkt en ‘gestoken’ met bloemen. Dat zijn veelal hyacinten die met grote nietjes in het stro, tegenwoordig is het plastic ‘piepschuim’, worden bevestigd. En zo wordt er ieder jaar een hoop werk verricht voor, tijdens en na het corso.

Ja, ook ná het corso. De praalwagens moeten ook na de opstelling weer worden afge-
voerd, zodat alles weer op de plek terecht komt, waar het moet zijn.


Twee foto’s van het corso in 2016. Links de “Ik houd van Holland” praalwagen en op de rechter foto is een filmteam uit Thailand aan het werk. Zo stond ik 2 jaar geleden naar het corso te kijken naast een echtpaar uit Hong Kong, die door hun zoon was uitgenodigd voor een rondje bollencorso. Er wordt dus werkelijk wereldwijd aandacht aan dit evenement in de Bollenstreek besteed.

Oom Agent.


Naar > Overzicht verhalen Oom Agent.


 



RP Logo ster 80 (VV) RP Logo ster 80 (VV) HISTORIE KORPS RIJKSPOLITIE
 
OP PAD MET .....OOM AGENT


Jasperse oom agent

Oom Agent met de billen bloot….

Voor de echte kenners is de laatste zaterdag in juni een waar festival. Op die dag wordt n.l. op het circuit bij Assen de TT gereden. Motorfietsfanaten zijn er helemaal gek van. Enkele dagen van tevoren slaan zij al hun tenten op, op een van de campings in de omgeving van de Drentse hoofdstad om dat die zaterdag de grootste en bekendste Nederlandse motorrace wordt gereden. Op vrijdagavond begint dan de ‘Nacht van Assen’ waar het motorfietsvolk uit het hele land op afkomt. Het werd ook jarenlang gebruikt om daar eens goed rel te gaan schoppen. Sinds de invoering van een groot aantal evenementen daar is de overlast drastisch afgenomen en wordt er die avond en nacht niet meer zo veel vernield als in de jaren ’60 en ’70.

Jaren geleden werden vanuit het hele land rijkspolitiemensen naar Assen gestuurd om daar, bij de Touring Trophy, de orde te handhaven en het verkeer rond de wedstrijden in goede banen te leiden.Zo ben ik ook een paar maal daar naar toe geweest. Wij vertokken dan op vrijdagmiddag rond een uur of twee om zo tegen zes uur in de Drentse hoofdstad aan te komen. Hier werden wij in de Johan Willem Frisokazerne ontvangen waar wij een diner konden nuttigen. Dan nog even een wandelingetje op het kazerneterrein en daarna gingen de meeste collega’s naar bed omdat het de volgende dag alweer ‘vroeg dag’ was. Meestal moesten wij om vijf uur op. Hierna gingen wij na het ontbijt al in de richting van het circuit om daar de zaken in goede banen te leiden. Toezicht houden bij de parkeerplaatsen van motorfietsen die ook vaak als kampeerplek werden gebruikt, afzettingen vormen langs de baan en meer van dat soort werkzaamheden. Meestal werden wij ergens ver van de baan neergezet en hoorde je hooguit het geluid van de, op afstand, voorbij scheurende motorfietsen. ‘Bikes’ zoals kenners ze graag noemen.

Maar dit jaar had ik een heel andere taak. Ik werd met mijn collega’s uit de Bollenstreek neergezet bij de hoofd- of eretribune. Een plaats waar veel nationale en internationale officials zaten, alsmede hotemetoten (bobo’s) van fabrieken, industrie, sponsors, burgemeesters, commissarissen enz. enz.

Wij werden al vroeg door een ter plaatse bekende collega ingelicht over ons werk. Deze collega had daar dan de leiding en werd dan ook tot vakcommandant gebombardeerd.

Hij legde uit dat wij ons daar uiterst netjes en gedisciplineerd moesten gedragen i.v.m. de vele bazen die daar zaten. Wij moesten om de race daar dienst doen en als wij dus een race vrij hadden konden wij ons ophouden in een grote legertent achter de eretribune waar ook het Rode Kruis en EHBO gevestigd waren. In deze tent was de mogelijkheid om koffie en frisdrank te drinken en onze lunchpakketten op te eten.

De collega’s die bij de hoofdtribune dienst deden moesten ook de rennerskwartieren, de pits en het kampeerterrein van de renners in de gaten houden. De campers en de trailers van de fabrieksrijders logen er niet op. Het waren kleine paleisjes.

Bij de start van elke race was het de gewoonte dat alle collega’s van de afzetting, die dus tussen de tribune en het circuit stonden, even door de knieën zakten en op de hurken gingen zitten, opdat de toeschouwers goed konden wie van de renners als eerste weg was. Zo gezegd, zo gedaan. Ik was bij de eerste race aan de beurt om afzetting te vormen en dus ging ik gehoorzaam door mijn knieën toen de race op het punt stond aan te vangen. Maar een bepaald gevoel verontrustte me heel erg. Ik bemerkte plotseling een vreemd gevoel tussen mijn bovenbenen en voelde dat de temperatuur ter hoogte van mijn kruis ineens wel een aantal graden zakte.

Inderdaad, ik was volledig uit het kruis van mijn uniformbroek gescheurd. De hele naad, vanaf mijn rits van mijn gulp tot aan mijn broeksband, was losgetornd en stond open. Ik voelde mij bepaald niet gemakkelijk en toen ik even later weer rechtop stond besloot ik met samengeknepen billen in de richting van ons onderkomen te gaan lopen.

Mijn vakcommandant was het daar beslist niet mee eens Hij zag wat ik deed, maar hij wist natuurlijk niet wat er gebeurd was, en gebaarde dat ik op mijn plek moest blijven. Zijn baas zat namelijk ook op de tribune. Toen ik hem niet gehoorzaamde en in zijn ogen een soort van insubordinatie pleegde beende hij met grote stappen op mij af. Ik probeerde op mijn beurt met handgebaren hem duidelijk te maken wat er aan de hand was, maar of hij snapte het echt niet of wilde het niet snappen. Dus hield hij mij even later aan de praat en omdat ik nog steeds met samengeknepen billen liep had hij waarschijnlijk nog niets in de gaten. Toen hij mij ook niet wilde geloven draaide ik mij om een bukte. De aanblik van mijn gespleten broek ontlokte bij het publiek op de tribune het nodige hoongelach.

Wij liepen beiden met een rode kleur van schaamte weg. Hij naar zijn eigen plek en ik naar de legertent achter de tribune. Wat nu? Ik had als uiterste redmiddel een nietmachine op het oog om het grootste gat te dichten. Maar dat was niet nodig. Gelukkig was er een vrijwilligster van het Rode Kruis in het bezit van een naaigarnituur. Zo zat ik even later in mijn onderbroek in de tent terwijl zij de naad van mijn broek met vaste hand vakkundig aan het dichtnaaien was. Dit tot grote hilariteit van collega’s, Rode Kruis-mensen en een aantal militairen. Maar goed, mijn eer was gered.

Zo kon ik even later, dat wil zeggen bij de volgende race, weer naar mijn plek gaan. Dit keer bij het rennerskwartier en de pits, waar het vrouwelijk schoon mij aanlokte. Jammer alleen dat ik daar niet aankwam. Ik was in mijn overmoed langs de baan gaan lopen en passeerde het ‘elektrische oog’ van de tijdwaarneming aan de verkeerde kant. Dat stond met een paar hekjes afgeschermd, waarbij het de bedoeling was dat wij er achter langs zouden lopen. Ik deed dat echter niet en dus hadden de tijdwaarnemers een tijd op hun klokken staan die de beste racer in geen eeuwen kon rijden. Ik hoorde vanuit hun hok een aantal knopen vallen die er niet om logen.

Toen was mijn vakcommandant was mijn gestuntel kennelijk zat. Hij verbande mij naar een plek waar ik geen kwaad meer kon doen. Een parkeerplaats een paar honderd meter verderop, met de mededeling: “Ga daar maar motorfietsen tellen”. Ik had het daar wel rustig, te rustig. Maar ja na een aantal uren kon ik toch weer meelopen met de rest.

Ik moest alleen beloven ver bij het tijdwaarnemers hokje vandaan blijven. Beloofd is beloofd. Ik heb me daarna nuttig gemaakt met het bekijken van de rennerskwartieren en de pits. Dat was ook wel leuk. Maar mijn collega’s en ik waren nog lang niet thuis.

Nadat de races afgelopen waren moesten wij alle motorliefhebbers weer vanaf de parkeerplaatsen de weg op helpen. De bezoekers die anders soms in tijd van een of twee dagen daar arriveerden wilden nu allemaal,’t liefst tegelijk en als eerste, de weg op, naar huis!! Dat duurt wel een paar uur ! Daarna waren wij echt aan een warme maaltijd toe en dus moesten we op zoek naar een restaurant waar we met ons allen een diner konden krijgen. En pas als dat gedaan was konden wij op weg naar huis. Het was na twee uur dat ik die nacht eindelijk in bed kon stappen. Ik deed mijn ogen dicht en zag in mijn droom alleen maar motorfietsen, motorfietsen en motorfietsen.

Oom Agent.Oom agent  Billen bloot(7K)


Naar > Overzicht verhalen Oom Agent.


 



RP Logo ster 80 (VV) RP Logo ster 80 (VV) HISTORIE KORPS RIJKSPOLITIE
 
OP PAD MET .....OOM AGENT


Jasperse oom agent

Zomertijd – wintertijd.

Sommige herinneringen koppel je vast aan bepaalde gebeurtenissen. Je hangt ze als het ware aan een soort van kapstop aan op. ‘Een ezelsbruggetje’ zal ik maar zeggen en ik ben daar nogal sterk in. Met Kerstmis denk ik vaak terug aan de dingen die ik in mijn werk met de kerstdagen heb beleefd. De verjaardagen van mijn zoon en mijn broer, ze zijn allebei op dezelfde dag in juni jarig, koppel ik vast aan een angstige belevenis met de mobiele eenheid in de jaren ’70.

Oom agent Zomertijd1(7K)Zoiets heb ik ook met de overgang van zomertijd naar wintertijd. Dat is nù het laatste weekend van oktober maar zo’n 20 jaar geleden was nog dat het laatste weekend van september. Ik moet dan vaak denken aan die keer dat ik met een jonge vrouwelijke collega de nachtdienst in ging. Laten we haar maar Jolanda noemen. Ze was net in de twintig maar was dapper en hield van aanpakken.

Vanaf het begin van de dienst houd je er rekening mee dat je een uur langer moet werken dan normaal. Negen uur dus i.p.v. 8 uur. Als je soms eens toevallig over moet werken denk je daar niet aan maar in dit geval weet je het van tevoren en houd je daar rekening mee. Normaal gesproken zijn de weekend-nachten drukker dan de door-de-weekse-nachten.

Je houdt extra toezicht op het uitgaansleven. Je laat regelmatig een auto stoppen om de bestuurder op alcohol te controleren enzovoorts. In dit geval kwam daar niet eens zoveel van, want: je hebt soms eigenwijze koeien die een grote behoefte aan levensruimte hebben. Trouwens het gras bij de buurman is altijd groener dus waarom zou je als koe je blik niet eens verruimen en je eigen weilandje verlaten ?

Zo werden wij al vrij snel door het hoofdbureau opgeroepen om zo’n koe, zo’n eigenwijze Greta 13 in dit geval, binnen de perken te houden. Op de Carolus Clusiuslaan stond zo’n wandelende melkfabriek doodleuk naast het voor hem……. sorry voor haar bedoelde weiland. Erger nog, ze stond half in de sloot. Terwijl een van de collega’s op de meldkamer bezig was de eigenaar van Greta 13 te achterhalen stonden wij als volleerd cowboy en cowgirl aan een touw te sjorren om haar weer op het droge en binnen het hek te krijgen. Dat ging niet zo gemakkelijk en nadat de eigenaar was opgespoord, slaagden wij er met hem in om haar te te overtuigen dat Oost west, thuis best ook in dit geval echt waar was.

Oom agent Zomertijd(7K)Foto rechts; Een soort gelijk geval maar dan bij daglicht.

Zo stonden wij een half uur later met een voldaan gevoel en vieze kleren elkaar aan te kijken. Wij kwamen meteen tot de conclusie dat wij eerzame burgers zo niet onder ogen konden komen.. Dus werd aan het hoofdbureau gemeld dat wij ons even gingen omkleden. Want wij zagen er niet uit.

Na een klein uurtje was ik weer ‘het heertje’ en mijn collega ‘het vrouwtje’ en konden wij onze surveillance weer netjes vervolgen. Maar voor hoe lang?

Dat bleek niet voor lang te zijn want al gauw kwam er een melding van het hoofdbureau dat op een camping langs de Ringvaart nabij de Hellegatspolder iemand door het lint was.

Hij maakte amok en liep op het terrein van de praktisch lege camping te schreeuwen.

Het bleek om een Nederlandse man te gaan die zojuist een afscheidsborrel had genuttigd met de laatste campinggast, een Pool. Het bleek dat die twee de nodige glazen wodka hadden genuttigd. Dan bedoel ik niet van die ‘normale Hollandse wodka’ met hooguit 40 procent alcohol erin maar het ging hier om Poolse wodka, die aanmerkelijk meer procenten alcohol bevatte dan de Nederlander gewend was. Omdat hij toch ook een kwade dronk bleek te hebben was de campingeigenaresse hem zat en zij verzocht ons hem te verwijderen.

De man liep schreeuwend voor ons uit, dat wil zeggen hij liep achteruit en wij vooruit zodat wij konden zien dat hij in de richting van een sloot liep, maar hij had daar geen flauwenotie van. Wij riepen nog: ‘Kijk uit ! Water ! Achter je !’ De man dacht echter dat wij hem in de maling namen en bleef dus achteruit lopen. Het volgende moment lag hij tot aan zijn borst in het water en, behulpzaam als wij waren, probeerden wij hem uit de sloot te trekken. Dat pakte verkeerd uit. Hij beschouwde dat als een regelrechte aanval op zijn integriteit. Hij probeerde ons te bijten en toen wij na lang zwoegen, zweten, schreeuwen en schelden hem uit het water konden halen was hij ons nog steeds niet gunstig gezind. Er zat niets anders op de man, die voorover en drijfnat op de grond lag, op de grond onder controle te houden totdat er collega’s op assistentie konden komen. Ik lag voorover op zijn rug en hield zijn handen in bedwang, waarbij ik ijverig mijn best deed uit het beetveld van zijn mond te blijven. Gelukkig had ik jarenlang judo gedaan en ik moest al mijn grepen uit de truckendoos te voorschijn halen om hem de baas te blijven. Jolanda hing op zijn benen en probeerde die uit alle macht gestrekt te houden, zodat hij zich niet kon omdraaien.

De te hulp geroepen collega’s lieten nogal op zich wachten. Het duurde ruim een half uur eer er twee wagens, met vier collega’s, ter plaatse waren. De ene auto moest vanuit Rijnsburg komen en de ander vanuit Hillegom. Bovendien ondervonden de collega’s het probleem dat zij ter plaatse niet bekend waren en de camping in de Hellegatspolder met moeite konden vinden. Zo lagen wij dan gedrieën meer dan een half uur op de grond te rollen waarbij onze arrestant zich geducht weerde.

Met de te hulp geschoten assistentie lukte het dan uiteindelijk hem in de handboeien te krijgen en kon hij naar het bureau worden afgevoerd, waar hij eerst moest bekoelen en daarna zijn roes kon uitslapen. Eerst werd hij naar het bureau afgevoerd omdat wij meenden dat de man ook wel eens een psychiatrisch patiënt kon zijn, maar dat was gelukkig niet zo.

Ja en zo stond ik een kwartiertje later voor de derde keer die dag (nacht eigenlijk) thuis een schoon uniform aan te trekken want het leek alsof wij door de modder hadden liggen rollen. Wat zeg ik nou weer? Wij hadden echt door de modder liggen rollen !

Soms zie ik die vrouwelijke collega nog wel eens en dan vraag ik: ‘Weet je nog van die keer toen de wintertijd begon……?

Oom Agent.


Naar > Overzicht verhalen Oom Agent.


 



RP Logo ster 80 (VV) RP Logo ster 80 (VV) HISTORIE KORPS RIJKSPOLITIE
 
OP PAD MET .....OOM AGENT


Jasperse oom agent

Zeg het met bloemen….. (…èn planten).

Het zal inmiddels wel weer zo’n dertig jaar geleden zijn dat ik in Noordwijkerhout werkte toen er een manlijke collega in het huwelijksbootje ging stappen. Ik noem hem maar Rinus. Hij heette in werkelijkheid geen Rinus, maar door zijn echte naam te verdonkeremanen, kan ik wat meer over hem vertellen. Het was een jonge man. Behoorlijk behoudend in zijn gedrag. Wars van alcoholhoudende drank en een beetje verlegen. Hij had een mooie slanke bruid aan de haak geslagen. Een beetje exotisch type. Haar ouders kwamen uit Indonesië. Zij hadden dan ook het plan opgevat om daar op hun huwelijksreis naar toe te gaan. In verband hiermee had het aanstaande bruidspaar bij de uitnodigingen een kaartje gedaan met de tekst dat op ‘bloeiende planten en bloemen’ geen prijs werd gesteld. Omdat alle collega’s op het feest waren uitgenodigd was dat op zich een handige hint, maar bij een stel ‘jonge honden’ als mijn collega’s waren, maakte dat geen indruk. Die hadden het idee van: “Wat we willen geven maken we zelf wel uit !”

Omdat het bruiloftsfeest ‘s avonds in Rijswijk werd gegeven was met elkaar besloten een autobus met chauffeur te huren bij een bevriende busmaatschappij. Hierdoor kon iedereen, zonder enig risico te lopen, enkele alcoholische versnaperingen in zijn of haar keelgat gieten en de terugweg in gepaste vrolijkheid aanvaarden.

Op vrijdagavond stonden alle passagiers, ergens rond de zestig in aantal, op de Viaductweg in Noordwijkerhout op de bus te wachten. Toen de bus aankwam moest de chauffeur natuurlijk aan de hand van de uitnodiging weten waar hij naar toe moest rijden . Daarbij kwam ook het kaartje met het bewuste verzoek boven water.

De gids, één van de gangmakende collega’s onder ons, bracht dat via de geluidsinstallatie aan de passagiers over.

Kort daarop werd de chauffeur vriendelijk maar dringend verzocht om eerst nog even langs de Havenstraat te rijden en daar bij de bloemenwinkel te stoppen.

Om kort te gaan: de bloemenhandelaar werd in een kwartier van bijna al zijn bloeiende planten beroofd. Begonia’s, petunia’s, kaapse violen, azalea’s en geraniums : alles ging mee de bus in. Met een klein half uur vertraging vertrok de autobus richting Rijswijk, de winkelier handenwrijvend met een grijns op het gezicht achterlatend.

Een uurtje later trok ons kleine corso de feestzaal binnen. De bruid stond met grote ogen, een open mond en vraagtekens op haar gezicht naar ons te kijken. De bruidegom werd een beetje rood in zijn gezicht en kwam op ons toe terwijl hij hakkelend begon: “Hebben jullie het kaartje niet gelezen wat we bij de uitnodigingen had gedaan…..” Verder kwam hij niet want de collega’s riepen in koor: “Ja, Rinus, dat kaartje hebben wij gelezen, vandaar…..!”

Er moest een tafel worden bijgeschoven om alle planten tentoon te stellen. De bruidegom vond eigenlijk dat wij allemaal onze plantjes maar mee terug moesten nemen, doch toen hij ons aankeek stond de hele club NEE te schudden. Hij drong niet verder aan.

De collega die het hele verhaal bedacht had gaf later op de avond een uitleg aan alle aanwezigen en opperde aan de familieleden en andere vrienden om allemaal een plantje als logee mee te nemen en deze thuis te verzorgen tot dat Rinus en zijn vrouw weer in Holland waren teruggekeerd. Dat voorstel werd onder grote hilariteit algemeen aangenomen. Rinus stond daarbij te kijken als de overbekende boer die nodig naar de tandarts moet.

Oom agent Zeg het met bloemen1(7K)Rinus kwam inderdaad een paar weken later weer terug in zijn huis. Of hij de plantjes later weer bij de familieleden heeft teruggehaald, weet ik niet. Wel weet ik dat Rinus niet zo lang daarna solliciteerde naar een plaats in Friesland, waar hij ook werd aangenomen.

Sexbierum: de plaats met alle delen in de naam waarvan wij dachten dat hij zich daar afzijdig van hield: sex, bier en rum.

Ja, je zult ze maar op je trouwdag krijgen: 57 potjes met bloeiende planten terwijl je daar niet om gevraagd hebt.

Oom Agent.


Naar > Overzicht verhalen Oom Agent.


 

Zoekhulp
Er staan op onze site al meer dan 1500 artikelen waarvan sommige ook nog met meerdere pagina’s. Als je iets specifieks zoek is het natuurlijk niet te doen om al die documenten even na te lopen. Daarom deze leeswijzer / zoekhulp.
Vervolg zoekhulp....
Ga naar boven