Logo kop RP 82 (VV)Logo kop RP 82 (VV)HISTORIE KORPS RIJKSPOLITIE
RIJKSPOLITIE ALGEMEEN
VOERTUIGEN DE ULM



SBV ULM Berini + DKW Hummel Fred (2)(7K)De ULM. Een praktijkverhaal.

Alle oud-RP-ers kennen het begrip ULM. Het staat voor Ultra Licht Motorrijwiel. Toen in de jaren ’60 de bromfietsen in opmars kwamen, was de jeugd er als de kippen bij om die dingen harder te laten rijden. Dat kon alleen maar door de brommer “op te voeren”. Die reed soms wel 80 km per uur.
Dit nieuwe fenomeen was de politie een doorn in het oog. De brommers reden zo gemakkelijk bij de politiemensen vandaan.
Die reden immers op Berini’s met een slakkengangetje van 35 km per uur. De RP dacht dat dat anders moest.
Er werden politiebrommers geïntroduceerd van het merk DKW, type Hummel, die een kentekenplaat kregen en dus niet onderhevig waren aan de bromfietseisen. Het was dus een motorfiets. Die DKW’s werden ULM’s genoemd. Bij veel rijkspolitiemensen zit het fenomeen ULM nog strak in het geheugen. De ULM’s werden als politiebrommer aangekleed, wit van kleur met beenschermen, voetsteunen, een voetrem en een kickstarter. Standaard zat er een cilinderinhoud van 50 cc op.
Ondanks dat het motorfiets was, hoefden de politiemensen  geen rijbewijs A te hebben.
Er was door de minister een algehele vrijstelling verleend. De eerste types hadden een klein tankje. Op het voorspatbord werd Rijkspolitie gespoten, achter de korte buddyseat was een rek gemonteerd waarop dubbele tassen vastzaten.
Daarin zaten benodigdheden die de politiemensen nodig hadden, zoals een grote lamp met gekleurde schijven, om stop- en doorrijtekens te geven. Ook zat er een schrijfplaat met allerlei formulieren in, je bonnenboekje en je pet.
Over het tankje zat een zwart kunstleren zeil, dat er voor moest zorgen dat je bij regen niet nat werd. De praktijk was dat je bij regen helemaal niet op dat ding kroop. In de winter hield dat zeil wel een hoop kou tegen.


Toen ik vanuit Groesbeek naar de groep Huissen vertrok in 1966,​ trof ik daar een sterk verouderde landgroep aan. De jongste politieman was wijlen Jan ter Burg, die tegen de veertig was. Tegelijk met mij kwam een wachtmeester JC (jongste categorie, dus net van school) naar de groep Huissen. Velen van ons kennen hem als John Brendel.
Alhoewel John een mentor had (de genoemde Jan ter Burg), trokken wij als politiebroekies veel samen op, uiteraard met de ULM.

John had voorheen al aan bromfietsen gesleuteld. Wij ontdekten al snel dat we op onze standaard ULM de opgevoerde brommers niet konden bijhouden. Daar werd het volgende op gevonden. Wij vroegen een politiegezinde monteur van de fietsenmaker of hij iets aan de snelheid kon doen, maar dan zonder dat de controleur motormaterieel (die kwam eens per jaar de voertuigen controleren) er iets van zou merken. Dat gebeurde en wat dacht je? We konden concurreren met de opgevoerde bromfietsen uit de dorpen die we mee namen naar het groepsbureau. Een dag later konden ze de brommer ophalen met een bekeuring en de opgevoerde onderdelen werden in beslag genomen. Langzaam begonnen we een naam op te bouwen.

Om te zorgen dat we zelf goed met die ULM konden rijden, trokken we regelmatig met z’n tweeën de polder in voor onze “snelheidsrondjes”. Dat ging één keer mis. Ik wilde John niet uit het oog verliezen dus op enig moment nam John de bocht beter dan ik. Uitgerekend langs de buitenbocht lag een sloot. Jawel hoor, daar ging ik in. Hoop gedoe gehad om het aan de groepscommandant uit te leggen. Die glimlachte slechts en schudde het wijze hoofd. De twee jaar groep Huissen zijn de meest onbezorgde politiejaren geweest in mijn hele loopbaan.
De belangrijkste kenmerken zijn: veel binnen gehaald, veel gelachen en vooral veel geleerd.
En vooral geleerd hoe je aan opgevoerde brommers moet sleutelen. Met dank aan John.

Constant Theunissen.