Logo kop RP 82 (VV)Logo kop RP 82 (VV)HISTORIE KORPS RIJKSPOLITIE
RIJKSPOLITIE ALGEMEEN
VOERTUIGEN DE ULM



SBV ULM Berini + DKW Hummel Fred (2)(7K)De ULM. Ontheffing rijbewijs A voor bestuurders ULM.

Aanhangsel tot het Verslag van de Handelingen der Tweede Kamer

VRAGEN door de leden der Kamer gesteld overeenkomstig artikel 116 van het Reglement van Orde, en de daarop door de Regering schriftelijk gegeven antwoorden.

VRAAG van de heer Daams (P.v.d.A.) betreffende de rijervaring van bestuurders van motorrijtuigen in overheidsdienst. (Ingezonden 16 juni 1964.)

Is de Regering bereid, nu door de heer Walburg (A.R.P.) aan de Minister van Defensie verzocht is aandacht te schenken aan de vraag of chauffeurs op militaire voertuigen voldoende rijervaring hebben, ook onder ogen te zien of andere categorieën bestuurders van motorrijtuigen in overheidsdienst wel over voldoende rijervaring beschikken? Zijn bijvoorbeeld de Ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken er mede bekend, dat snelbrommers van de rijkspolitie (ultra lichte motoren met een topsnelheid van 75 km) vaak bereden worden door personen, die in het geheel niet over een rijbewijs beschikken?

ANTWOORD van de heren Van Aartsen, Minister van Verkeer en Waterstaat, mede namens de heer Marijnen, Minister van Binnenlandse Zaken a.i. en van Justitie a.i. (Ingezonden 24 augustus 1964.) (Zi

Het bezit van een rijbewijs is in het algemeen niet de enige eis, welke aan gegadigden voor een functie als chauffeur van motorrijtuigen in overheidsdienst wordt gesteld. Zij moeten bovendien over rijervaring beschikken, alvorens zij worden aangenomen. Bij sommige diensten en bedrijven krijgen de kandidaat-chauffeurs bovendien eerst nog een speciale rijopleiding en worden zij daarna aan een rijproef onderworpen. Eerst indien deze laatste bevredigend is verlopen kan de aanstelling als chauffeur volgen. Bij andere diensten worden de gegadigden tevens aan een psychotechnische keuring onderworpen. Na te zijn aangenomen heeft een periodieke herkeuring van de betrokkenen plaats. Aangezien de rijvaardigheid en rijervaring van de bestuurders van motorrijtuigen in overheidsdienst aan redelijkerwijze te stellen eisen voldoen en aard en aantal van de verkeersongevallen, waarbij overheids motorrijtuigen zijn betrokken, geen aanleiding geven de aanstellingseisen te herzien, achten de ondergetekenden geen termen aanwezig te dezer zake verdergaande maatregelen onder ogen te zien. Het is de ondergetekenden bekend, dat bij de Rijkspolitie aan bromfietsen verwante ultralichte motorrijwielen worden gebezigd. Niet alle bestuurders van deze voertuigen zijn in het bezit van een hiervoor geldig rijbewijs. In verband met de noodzakelijkheid het personeel van het Korps Rijkspolitie, ingedeeld bij de landgroepen, een grotere mobiliteit te geven, alsmede om het toezicht op het in omvang toenemende bromfietsverkeer te intensiveren, is tot aanschaffing van de hierboven bedoelde ultralichte motorrijwielen overgegaan. Deze motorrijwielen zijn voor wat hun inrichting en motorvermogen betreft alsmede ten aanzien van de bediening te vergelijken met bromfietsen. Daar het organisatorisch niet mogelijk bleek op zeer korte termijn alle met de surveillance belaste rijkspolitieambtenaren een opleiding voor het rijbewijs A te geven, is door de Minister van Verkeer en Waterstaat bij beschikking van 7 juni 1962, nr. 31468, Afdeling Waterstaatsrecht (Ned. Siert. 1962, nr. 111) hiervan ontheffing verleend. Deze ontheffing werd als een tijdelijke voorziening beschouwd, daar het in het voornemen lag te bevorderen, dat de rijkspolitieambtenaren, die van deze ultralichte motorrijwielen gebruik zouden maken, in het bezit van het daarvoor vereiste rijbewijs zouden komen. In de opleiding voor het rijbewijs A is echter een onvoorziene vertraging ontstaan, daar alle beschikbare rijinstructeurs, in verband met de uitbreiding van het aantal groepssurveillanceauto’s, moesten worden ingezet voor een spoedige opleiding van rijkspolitieambtenaren voor het rijbewijs B-E. De opleiding voor het rijbewijs A zal echter zo spoedig mogelijk weder ter hand worden genomen. In afwachting hiervan krijgen de jonge rijkspolitieambtenaren alvorens als bestuurder van een ultralicht motorrijwiel te worden aangewezen een opleiding in het berijden hiervan. Bij hun opleiding voor het af te leggen politie-examen zijn zij bovendien grondig onderwezen in de verkeerswetgeving. De ervaring met het gebruik van deze voertuigen opgedaan is zodanig, dat er geen aanleiding bestaat de verleende ontheffing in nadere overweging te nemen.