RvR Presentator RPkapel en Nederlands Politie Orkest [ws]AVD Logo Sticker(V)HISTORIE KORPS RIJKSPOLITIE 
ALGEMENE VERKEERSDIENST
  
ROB VAN REES BLIK(T) TERUG.


 
AVD RvR Verhalen roepnummers7-7-2013-21.36.22Registratie- en Roepnummers in de eerste jaren van de Sectie


Al in mijn diensttijd bij de Huzaren van Boreel kreeg ik ermee te maken: De registratie nummers waarvan elk voertuig was voorzien. Daarnaast had de Chaffee-tank waarop ik bestuurder was het nummer A 26 ofwel het A-eskadron, tweede peloton en dan in de rij het 6e voertuig.

Bij het Ministerie van Justitie was het eigenlijk niet anders. Ik kan me niet herinneren wat de registratienummers van de BMW600 met zijspan en de latere GSA op de landgroep waren maar ze hadden wel zo’n nummer. Bij de Sectie voor Bijzondere Verkeerstaken waren de Porsches ijvoorbeeld voor zien van een registratienummer dat met 27 begon. Daaraan werd een uit twee cijfers bestaand deel toegevoegd en dat werd dan vervolgens het roepnummer van die Porsche.

De ED-54-29, onze allereerste Porsche 356, kreeg als registratie- en tevens roepnummer A (van Alex -de korte naam van de Alexanderkazerne-) 2701.Hiernaast afgebeeld de eerste officiële lijst, samengesteld op 6 april 1962, met namen van de collega’s die getweeën een koppel vormden met daar bij het registratienummer van de Porsche die hun surveillance auto werd en waarvoor zij verantwoordelijk waren. In principe zouden zij de enige bestuurders zijn van deze auto.

Inmiddels is een groot deel van de registratienummers van toen gekoppeld aan het kenteken dat destijds bij het nummer hoorde.

Als de Meldkamer in den Haag een Porsche opriep ging dat altijd volgens een vast patroon:
“2707, Alex over”!
“Alex, de 2707 over?”
‘2707. Ongeval A-12, zuid baan vlak voor de Gouwebrug! Over”
“Alex, de 2707. Zijn onderweg, over.”
“Begrepen 2707. Uit”.

AVD RvR Verhalen roepnummers7-7-2013-21.37.24De gesprekken verliepen kort en zakelijk. Ook al was het de bemanning van de Porsche die als eerste het gesprek was begonnen, het was altijd Alex die het gesprek afsloot met: “Uit!”

Op de foto hier naast Klaas Los die in de meldkamer in de “Oude Alex” dienst heeft achter de mobilofoon. Hij bedient daar twee Storno mobilofoon kastjes, links kanaal 38 en 39 die gekoppeld samen het “Alex” net vormen en rechts kanaal 34 dat met de roepnaam “Peter” een uitwijk mogelijkheid is voor mobilofonist en surveillanten om buiten de procedures om overleg te kunnen plegen over lopende zaken en zaken die niet voor andermans oren bestemd zijn.AVD RvR Verhalen roepnummers7-7-2013-21.37.38

“Meldkamer” was wel een heel groot woord voor de kamer waarin de telefooncentrale en de alarmcentrale zich bevonden. Maar niettegenstaande de kleinschalige opzet kon er goed mee gewerkt worden.

Op 15 juni 1962 was het aantal personeelsleden gegroeid naar 50 man. Ze waren afkomstig van verkeersgroepen uit het hele land. Later zouden ook bijna volledige opleidingen van de Verkeersschool van de Rijkspolitie (de Varenkamp) geplaatst worden bij de Sectie.
 


AVD RvR Verhalen roepnummers7-7-2013-21.38.07Op de grafiek hiernaast de bezetting waarmee de Sectie voor Bijzondere Verkeerstaken haar start maakte.
Hiervan werden 23 man geplaatst bij de S.A.S., de Surveillancegroep Autosnelwegen die met 12 Porsches het toezicht ging houden op de als voorlopig werkterrein aan gewezen rijkswegen:
Rijksweg 2: Amsterdam - Oudenrijn
Rijksweg 26: Oudenrijn - Vianen
Rijksweg 4: Wassenaar - Amsterdam
Rijksweg 4a: Ypenburg – Burgerveen
Na een aantal jaren werd het noodzakelijk om de roepnummers aan te passen aan de tijd. Er werd met verschillende soorten diensten/voertuigen gesurveilleerd.
 
De Minister van Justitie gaf op 5 december 1961 zijn officiële fiat aan de instelling van de "Sectie voor Bijzondere Verkeerstaken" en wel met ingang van 1 januari 1962. De Sectie kwam voorlopig te ressorteren onder het Bureau Verkeerszaken van de Algemene Inspectie van het Korps Rijkspolitie. Het hoofd van dat Bureau was toen de Dirigerend Officier der Rijkspolitie 3e kl. W.H. van Ballegoyen de Jong.
 
Bij de instelling van de Sectie bestond deze uit twee groepen, nl. de Surveillancegroep Autosnelwegen (S.A.S.) en de Groep voor Bijzondere Diensten (G.B.D.). Als Commandant van de Sectie werd benoemd de Officier der Rijkspolitie 1e kl. A.C. Vogel.

AVD RvR Verhalen roepnummers7-7-2013-21.38.25De ED-54-29 was de eerste Nederlandse politie Porsche van de Sectie Bijzondere Verkeerstaken die op 2-11-1960 door de luitenant A.C. Vogel en de opperwachtmeester J. van der Heide bij de Porsche fabriek in Stuttgart in ontvangst werd genomen.

Wat was daar aan vooraf gegaan?
Naast de landgroepen kende elk Rijkspolitiedistrict een verkeersgroep. Deze groep had in het district tot taak het verkeerstoezicht op vrijwel alle wegen en autowegen buiten de bebouwde kom en het verrichten van technische onderzoeken.
Door de toename van het verkeer nam de werkdruk voor het personeel van de verkeersgroep in de vijftiger jaren van de vorige eeuw flink toe. Als gevolg daarvan kwamen er allerlei werkzaamheden bij die ten koste gingen van het verkeerstoezicht. Er moesten dus meer personeelsleden bij de verkeersgroepen komen. Bij het Korps bestond echter een vaste stelregel die zei dat een tot wachtmeester opgeleide adspirant zijn loopbaan bij een landgroep moest beginnen. Pas als hij daar een aantal jaren had gewerkt was het mogelijk om eventueel bij een andere dienst (bv. verkeersgroep, politie te water, beredenen, recherche enz.) verder te gaan.
De Algemeen Inspecteur van het Korps Rijkspolitie maakte het echter in de jaren 1957 en later mogelijk om, afwijkend van de stelregel, de verkeersgroepen sneller van nieuw personeel te voorzien. Van de aan de Opleidingsschool te Arnhem opgeleide wachtmeesters kreeg een aantal de kans om toen, aansluitend aan het jaar Arnhem, nog gedurende een halfjaar een opleiding aan de Verkeersschool "De Varenkamp" te Bilthoven te volgen. Na een opleidingsduur van totaal anderhalf jaar begon de wachtmeester dan zijn politieloopbaan bij een verkeersgroep.
Van deze mogelijkheid hebben velen, waaronder ook ik in 1958, gebruik gemaakt. Na de verkeersopleiding werden we geplaatst bij die verkeersgroepen waar versterking toen het meest noodzakelijk was, namelijk Amsterdam, Utrecht, Leiden, Den Haag en Dordrecht. In 1961 en 1962 stapten de eerste 50 leden van de verkeersgroepen over naar de nieuw opgerichte SBV.

De majoor van Ballegoyen de Jong had, toen hij in mei 1958 leiding gaf aan het bureau Verkeerszaken, behalve de normale aan die functie verbonden werkzaamheden, nog een tweeledige opdracht, namelijk opvoering motorisering van alle korpsonderdelen en het bevorderen van een betere werkzaamheid van de verkeersgroepen.
Op de uitgebreide studies en onderzoeken die daarvoor verricht werden ga ik hier nu niet in. Wel werd duidelijk dat er met name ook wat gedaan moest worden aan het verkeerstoezicht op de autosnelwegen.
Het was ook in 1958 dat de luitenant Vogel (toegevoegd officier in het District Doetinchem) "toevallig" een bezoek bracht aan het Bureau Verkeerszaken nadat hij er lucht van had gekregen dat de majoor van Ballegoyen de Jong een toegevoegd officier zocht.
Luitenant Vogel werd in die functie benoemd en bleek een inventief officier met een knobbel voor organisatie en techniek. Van meet af aan ontstond er een personele twee-eenheid die sterk bepalend is geweest voor wat in die jaren werd bereikt.
Bij het Internationale Verkeerspolitiecongres 1959 in Essen waaraan van rijkspolitiezijde werd deelgenomen door majoor van Ballegoyen de Jong , kapitein mr. A.J.Dek (Commandant Verkeersschool Rijkspolitie) en luitenant Vogel werd het eerste persoonlijke contact gelegd met de Ober-Kommissar Viktor Mannweiler, toenmalig commandant van de Landes-autobahnzug (LAZ) van de Verkehrsüberwachsbereitschaft bij de Bundespolizei in Nordrhein-Westfalen te Düsseldorf".
Nordrhein-Westfalen had met succes vanaf 1956 een nieuwe methode van verkeerstoezicht op de autobahnen ingevoerd. Een methode die volgens van Ballegoyen de Jong en Vogel zeer zeker ook op het Nederlandse autosnelwegennet goed toepasbaar zou zijn. Een gesprek, een rit met een surveillanceporsche en een bezoek aan de Tannenstrasse in Düsseldorf ondersteunden die gedachten.
Besloten werd om met één politieporsche in Nederland een proef te nemen. Hiervoor werd de Porsche, type 356 B, kenteken ED-54-29 aangeschaft. De roepnaam van deze eerste surveillanceporsche in het mobilofoonverkeer werd "ALEX 1" (een verwijzing naar de oude Alexanderkazerne in Den Haag, de kazerne waar op 1-1-1962 de SBV van start ging).
 De Porsche werd door de fabriek geleverd voor de prijs van f. 17.609,52, (bijna € 8000,--) inclusief de extra gemonteerde politie-uitvoering ter waarde van ruim f. 4.000,-. Voor het nemen vandie proef werd eind 1960 in eerste instantie de Opperwachtmeester J. v.d. Heide van de Verkeersgroep Den Haag aangetrokken. Kort daarna, in april 1961 kwam de Wachtmeester 1e kl J. van Beusekom, van dezelfde verkeersgroep, het team versterken. Eerst in een kamertje op de Algemene Inspectie aan de Koningskade en later in het pand Sweelinckplein 45 in Den Haag brak een periode van experimenteren aan.
 
Dat hield onder meer in het zoeken naar aanvaardbare vormen van politieoptreden op de Nederlandse autosnelwegen. De ervaringen van de Duitse collega's werd gebruikt bij de methodiek van inhalende surveillance, de wijze van optreden tegen en de benadering van de weggebruiker.
Verder waren er zaken als de kleding, de taakstelling, de dienstroosters die in de praktijk moesten worden toegepast en op hun bruikbaarheid worden getest.
"Opvallende surveillance" was het uitgangspunt. De combinatie van de geheel witte politieauto met open dak, bemand door in het wit gestoken politiemannen moest bewerkstelligen dat daarvan een sterke preventieve werking uitging. Het grillige inhalende surveillancepatroon (afrit af, toerit weer op, een keer terugrijden naar de voorgaande afrit, opnieuw inhalen enz.) moest de indruk wekken dat er veel politievoertuigen op hetzelfde wegvak aanwezig waren. Er werd uitvoerig geëxperimenteerd met nieuwe kleding. De niet bij de Intendance voorkomende witte tuniek, de lange witte jas met bontkraag, de helm met stofbril en de witte handschoenen werden elders gemaakt en aangeschaft. Verder moest er een oplossing komen voor het dragen van het pistool onder de tuniek/jas, want een koppel was niet bruikbaar.
Toen de eerste Porsche in november 1960 op de weg verscheen was dat een opzienbarende gebeurtenis. Er ontstond een golf van publiciteit en mede door de positieve benadering van de pers sloeg de nieuwe verschijning op de autosnelwegen goed aan bij de weggebruikers. Uniek voor die tijd was het zich met zijn naam voorstellen door de politieman bij het aanspreken van een weggebruiker.
In januari 1961 verzond de Algemeen Inspecteur van het Korps Rijkspolitie, generaal J. Gerritsen, een brief aan de Territoriaal Inspecteurs waarin hij aankondigde dat de Minister van Justitie in beginsel zijn goedkeuring had verleend aan de instelling van een speciale surveillancegroep en een groep voor bijzondere diensten. Hij vroeg tevens na te gaan welke leden van de verkeersgroepen genegen waren een functie bij één van die groepen te aanvaarden. Het verzoek van de Algemeen Inspecteur leverde voldoende sollicitanten op waardoor een keuze kon worden gemaakt. De gekozen medewerkers die bestemd waren voor de SAS moesten worden geschoold en van Porschekleding voorzien. De opperwachtmeester J. van der Heide werd belast met de dagelijkse leiding van de SAS.

AVD RvR Verhalen roepnummers7-7-2013-21.39.13Het aantal Porsches werd uitgebreid van 1 tot 12. De 11 nieuwe voertuigen werden door de eerste SAS-medewerkers opgehaald bij de fabriek in Zuffenhausen. In colonne reden ze, nog voorzien van Duitse kentekens, naar Pon in Amersfoort. Aan de grens werden de Duitse kentekens ingeruild tegen Nederlandse.
De surveillanten deden o.a. op het circuit van Zandvoort rijervaring op.  Het accent van de taak kwam te liggen op het rijdende toezicht. Het oogmerk was het toepassen van een éénvormige surveillancetechniek, teneinde een gedisciplineerd weggedrag te bevorderen. Als voorlopig werkterrein voor de SAS werden de volgende wegvakken aangewezen (wegnummering volgens rijkswegenplan 1958):
Rijksweg 2: Amsterdam – Oudenrijn
Rijksweg 26: Oudenrijn - Vianen
Rijksweg 4: Wassenaar - Amsterdam
Rijksweg 4a: Ypenburg - Burgerveen
Rijksweg 12: Voorburg – Nederlands-Duitse grens.

Aan de hand van de opgedane ervaringen en rekening houdende met de karakters, leeftijdsopbouw en rangen werden vaste koppels gevormd, die met elkaar dienst zouden gaan doen. Elk koppel kreeg zijn "eigen" Porsche en was belast met de zorg voor het voertuig en de inventaris.
(Eerste indeling in ploegen en koppels dd. 6-4-1962 is te vinden aan het begin van dit artikel)