Logo kop RP 82 (VV)Logo kop RP 82 (VV)HISTORIE KORPS RIJKSPOLITIE
RIJKSPOLITIE ALGEMEEN
ARCHIEF E. POELAKKER



 Spijbelen

1955. Bromsnor stapt zonder kloppen de achterdeur binnen van het huis waar de dertienjarige Johanna met haar ouders woont. Haar vader murmelt zoiets als ‘mojn’ als antwoord op het vrolijke ‘goedemorgen’. Niet wachtend op de uitnodiging om te gaan zitten, schuift Brom aan bij de tafel waarop een eeuwig plastic kleedje lijkt te liggen. Een aangesneden brood, een botervloot met margarine, hagelslag en jam. Om zijn dienstpak niet te bevuilen waagt hij het niet om de ellebogen op tafel te laten leunen. “Ik hoor dat je dochter al enige tijd niet naar school gaat.” Vader veert op: “En van wie heb je dat gehoord dan?” Johanna heeft al te lang de huishoudschool niet bezocht en de commissie tot wering van schoolverzuim schakelde de politie in toen bleek dat de ouders niet kwamen opdagen om de commissie een toelichting te geven op het verzuim.

Harmsen
Een beetje nukkig zegt vader dat hij niet begrijpt waar iedereen zich druk over maakt: “Het kind hoeft nog maar een half jaar naar school. Bovendien is ze ziek geweest. Goed leren kan ze niet want ze is al een keer blijven zitten. Waarom moeten we dat kind nog plagen met een paar maanden onderwijs? Maar oké als het dan echt moet, zal ik mijn best doen om haar weer naar school te sturen.”

Bromsnor voelt dat de oplossing nabij is; maakt het uniform dan toch indruk? Benieuwd is hij waarom het kind thuis gehouden wordt want ziek is ze zeker niet meer; klasgenootjes hebben verteld dat ze haar regelmatig boodschappen hebben zien doen. “Luister Harmsen, je kunt je dochter niet zo maar maanden van school thuishouden. Wat is hier aan de hand?” De vader staat op en vist van achter de pendule op de schoorsteen een envelop. “Weet je hoe het is om met een zieke vrouw te moeten wonen?” en overhandigt de envelop. Het bevat een doktersbriefje waaruit blijkt dat zijn vrouw dringend hulp nodig heeft in de huishouding. “Ik maak als opperman lange dagen in de bouw en iemand moet toch voor ons vrouw zorgen. We hebben het niet breed en dacht dat Johanna de school kon missen als kiespijn. Ze doet boodschappen, ze wast en houdt het huis schoon. Is daar iets op tegen?” Brom denkt na en komt in tweestrijd. Formeel is Harmsen een verdachte en kan de rechter hem ter verantwoording roepen. Informeel ziet hij echter paniek en armoede, ziet hij een dochter die over een half jaar de school verlaat en onmisbaar is in het gezin waar nog meerdere jonge kinderen te tellen zijn. Hij staat op, schuift de stoel weer onder de tafel en zegt dat hij alles nog eens zal overdenken. “Ik kom binnenkort nog eens terug” en zet zijn hand aan de pet ten afscheid.

De oplossing

Niet veel later zit Bromsnor bij de dominee in de pastorie en ondanks dat het gezin van Harmsen niet trouw ter kerke gaat, luistert de dominee aandachtig en denkt hij mee over een oplossing. Aansluitend stapt Brom binnen bij de directrice van Johanna’s school. Onder het genot van een warm kopje koffie worden de kaarten op tafel gelegd. Politie, school en kerk bedenken het volgende: Johanna gaat de komende maanden halve dagen naar school waarmee voldaan wordt aan de leerplicht. De dominee is gaan praten met de wijkzuster. Bromsnor heeft de buurvrouw bereid gevonden om een oogje in het zeil te houden, financieel gesteund door de diaconie. Het proces-verbaal wordt afgesloten met een formeel briefje naar de commissie die de zaak Johanna aanhangig maakte: Mijne Heren, ik kan u meedelen dat Johanna met ingang van afgelopen maandag weer naar school gaat en dat het gezin geholpen wordt.

(Had Brom zijn roeping als maatschappelijk werker gemist?)