RP Logo ster 82 (VV)RP Logo ster 82 (VV)HISTORIE KORPS RIJKSPOLITIE
RIJKSPOLITIE ALGEMEEN
 VERHALENBUNDEL "BROMSNOR".


Henk Poelakker vond na het overlijden van zijn vader (in leven actief bij de Rijkspolitie in de gemeente Losser) kopieën van processen-verbaal uit lang vervlogen tijden. De inhoud werd een inspiratiebron om verhalen te schrijven.

         Naam: Geplaatst:
 V.1.  Een verdacht overlijden 01-12-2018
 V.2.  Wat heeft u hierop te zeggen 01-12-2018
 V.3.  Spijbelen. 01-12-2018
 V.4.  Kleine vergrijpen 12-10-2021
 V.5.  Een illegale verbouwing 12-10-2021
 V.6.  Coloradokever 12-10-2021
 V.7.  Asielzoeker hondenkennel vrijage 12-10-2021
 V.8.  Sluitingstijd 12-10-2021
 V.9.  Zwart werken en een haas geschoten 14-10-2021
 V10  Majesteitsschennis  01-11-2021
 V11  Ik wist het echt niet.  19-11-2021
 V12  Kindermishandeling  05-12-2021

 Reacties op dit artikel mail het ons. Wel graag de naam v/h artikel en/of het verhaal vermelden.
Het is niet toegestaan
foto's en artikelen van deze site elders te publiceren bv op een website of facebookpagina.




RP Logo ster 82 (VV)RP Logo ster 82 (VV)HISTORIE KORPS RIJKSPOLITIE
RIJKSPOLITIE ALGEMEEN
ARCHIEF E. POELAKKER


Henk Poelakker vond na het overlijden van zijn vader (1920-2011) kopieën van processen-verbaal uit vervlogen tijden. Poelakker sr. was actief bij de Rijkspolitie in Losser. De inhoud van de vondst werd een inspiratiebron om verhalen te schrijven.

Verhaal 1. Een verdacht overlijden.

1964. Bromsnor is ook in zijn vrije tijd benaderbaar voor inwoners van het dorp. De bel gaat en hij begeeft zich naar de voordeur. “Goedenavond Geert, wat kan ik je voor je doen”, zegt hij tegen de man die enkele huizen verderop in de straat woont. Een opgewonden Geert begint hortend en stotend zijn verhaal waarbij één ding duidelijk wordt: hij is ervan overtuigd dat zijn buurman geen natuurlijke dood is gestorven. “Ik denk dat ze Ab vergiftigd hebben en dat wilde ik even melden”, zegt hij met rode wangen.

Dat is een fikse aanklacht, dat riekt naar moord en dat kan niet even aan de voordeur afgehandeld worden. “Kun je over een half uurtje naar het politiebureau komen?” Die dertig minuten zijn voldoende om contact te zoeken met de plaatselijke commandant. Omkleden is niet nodig want net als alle andere agenten draagt Bromsnor na de dienst van de dag het uniform nog. Je bent bij de Rijkspolitie dag en nacht agent, zo luidt het credo in die dagen. Het telefoongesprek met de commandant is kort en bondig: “Neem de verklaring van Geert op en laat het lijk daarna in beslag nemen.”

De dienstfiets komt uit de schuur en met een zwaai gooit Brom zijn rechterbeen over de stang. Een kwartiertje later arriveert hij bij het bureau waar de commandant hem gespannen staat op te wachten. Ook hij beseft inmiddels dat moord een hoop gedoe met zich meebrengt. Hij heeft contact gelegd met de officier van justitie die wil dat er sectie wordt verricht. De opdracht is helder en er wordt een verhoorkamer in orde gebracht. Als Geert binnenkomt snort de koffiepot al. Met de jas nog aan steekt hij van wal: “Als buurman weet ik dat de twee zussen van de overledene argwaan kregen na het plotselinge overlijden van hun broer. Hoewel de beste man ziek was, leek niets erop dat hij dood zou gaan. De zussen denken aan het toedienen van een te grote hoeveelheid slaappillen. Gefluisterd wordt dat neef Karel er achter zit omdat de beide mannen onlangs hooglopende ruzie hadden over de duiven.” Bromsnor fronst zijn wenkbrauwen die als borstels boven zijn felblauwe ogen op en neer bewegen. “Ja, het schijnt dat De Witpen na zijn overwinning opeens duizenden guldens waard is. Neef Karel beweert dat de duif nog altijd van hem is maar de buurman zegt, ..eh..zei.. dat hij de Witpen vorig jaar cadeau kreeg.” Een motiefje lijkt op tafel te liggen, een mogelijke dader wordt genoemd. Wat nu? Bromsnor spoedt zich naar de zussen die een wake houden voor hun broer. Zij bevestigen wat Geert heeft gezegd; de melding aan de aanwezigen (waaronder de zeer verbaasde echtgenote van de overledene) dat het lijk in beslag wordt genomen vanwege verdachte stervensomstandigheden, maakt heel wat los. Als ook nog genoemd wordt dat er sectie zal worden verricht, breken de tranen door en wordt er geschreeuwd en gehuild.

De volgende dag is onze veldwachter aanwezig in het ziekenhuis waar dokter Zeldenrust van het Gerechtelijk Geneeskundig Laboratorium uit Den Haag de sectie gaat verrichten. Alle handelingen van hem worden genoteerd en ook wordt opgeschreven wat de dokter vertelt. De maag wordt leeggepompt, het mes gaat in het lichaam en organen worden bekeken. De conclusie is kort en bondig: er is sprake van een natuurlijke dood, vermoedelijk een hartverlamming en dus geen sprake van een misdrijf.

Niet veel later geeft de officier van justitie het lichaam vrij. Bromsnor fietst naar het huis van de overledene en treft een ontredderd sterfhuis aan. Het blijkt dat de zussen buiten de weduwe om hun vermoedens hebben uitgesproken en dat buurman Geert als boodschapper naar de politie is gestuurd. De weduwe is boos op haar schoonzussen. Wat haar is aangedaan vindt ze verschrikkelijk. De begrafenis moest twee dagen worden uitgesteld. En hoe zit het met de neef? Hij meldt dat hij tijdelijk de duiven verzorgt en dat hij de verdachtmakingen over de Witpen al vergeten is. Tussen neus en lippen door zegt hij dat diezelfde duif gisterenmiddag vermoedelijk door een roofvogel is gepakt want hij heeft die topduif niet meer teruggezien………..


 Naar > de index van dit artikel




RP Logo ster 82 (VV)RP Logo ster 82 (VV)HISTORIE KORPS RIJKSPOLITIE
RIJKSPOLITIE ALGEMEEN
ARCHIEF E. POELAKKER


Henk Poelakker, woonachtig te Meeuwen, vond na het overlijden van zijn vader (in leven actief bij de Rijkspolitie in Twente en het Land van Heusden en Altena) kopieën van processen- verbaal uit vervlogen tijden. De inhoud werd een inspiratiebron om verhalen te schrijven.

Verhaal 2. Wat heeft u hierop te zeggen.

1957. Als agent besef je dat je meer bent dan iemand die alleen maar bekeuringen uitdeelt. Toch spreekt je leidinggevende jou erop aan als je maar weinig bonnen uitschrijft. Vandaag is het tijd voor een snelheidscontrole. Samen met twee collega’s legt Bromsnor een soort start- en finishlijn op straat. Bij de startlijn staat de eerste collega die met zijn arm naar beneden zwaait zodra een auto die lijn passeert; op dat moment drukken zowel hij als de tweede collega die bij de finishlijn staat (100 meter verderop)de chronometer in. Als een bestuurder 7,2 seconden over die honderd meter doet, heeft hij een snelheid van 50 km/uur. Iedere bestuurder krijgt 10% ‘voordeel’ wat neerkomt op het volgende: wie die honderd meter sneller aflegt dan in 6 seconden, rijdt te hard. Bromsnor staat als derde agent een paar honderd meter voorbij de finishlijn en laat iedere auto stoppen. De bestuurder mag zijn rijbewijs en autopapieren laten zien en in die tussentijd hebben de collega’s uitgerekend of de snelheid is overschreden.

“Goedemorgen, mag ik uw papieren even zien”, aldus begroet Brom zijn toekomstige slachtoffers. Al bladerend in de paperassen vraagt hij, om nog wat tijd te rekken, waar de reis naar toe gaat. Inmiddels komt een van de collega’s aanlopen en vertelt dat meneer de honderd meter in 5,2 seconden heeft afgelegd. Omgerekend betekent dat hij een snelheid had van 69,2 kilometer. Te hard gereden dus. “Meneer Brinkmans, heeft u hierop iets te zeggen?”, vraagt Bromsnor met sonore stem. Aarzelend zegt de beste man: “Ik weet dat ik binnen de bebouwde kom niet harder dan 50 km mag rijden. Ik heb het bord wel gezien en ook wel snelheid geminderd maar kennelijk niet voldoende. Stom van mij. Het enige wat ik als argument kan aandragen is dat ik snel thuis wilde zijn.” De man krijgt te horen dat er proces verbaal zal worden opgemaakt en dat hij via de rechtbank bericht krijgt over de hoogte van de boete. “Goede reis verder.” De chauffeur draait zonder morren, zonder scheldwoorden of verwijten het raampje dicht en rijdt rustig weg.

’s Avonds heeft Bromsnor opnieuw dienst en fietst hij het dorp in. Een rustige avond, geen ongerechtigheden. Als hij zich voorbereidt om naar huis te fietsen, hoort hij om 23.45 uur een luid zingend en lallend persoon. “Halt, Rijkspolitie”, klinkt het door de donkere nacht. “Waarom zingt u nog zo laat op straat en mag ik vragen wie u bent?” De beste man houdt zijn pas in maar heeft moeite om echt stil te staan. Hij vertelt dat hij Bernhardus M. heet, geboren in december 1931. “Bernard, luister. Heb je vergunning om nog zo laat zingend over straat te gaan? Kun je misschien een ontheffing van de Burgemeester laten zien?” Een glazige blik richting veldwachter, een wankelende Bernhard die zich vasthoudt aan de fiets van Brom om niet om te vallen. En dan met dubbele tong: “Nee, dat heb ik niet.” Zingend, lallend en dus dronken over straat gaan is volgens de artikelen 431 en 451 verboden en dus krijgt hij een bekeuring. Het blijkt dat hij nog slechts een paar straten moet gaan en Brom stelt voor om hem naar huis te brengen. Met de fiets aan de hand wordt de vrolijke Bernard naar zijn woning begeleid. De achterdeur is, net als bij vrijwel iedereen in het dorp, nog open. “Zo kerel, je bent thuis. Snel naar bed en tot ziens.” Dan gebeurt er iets onverwachts. Bernard kust Brom op zijn wang. Die is echt lam, denkt de veldwachter als hij weer op zijn fiets stapt, met zijn linkerhand het kwijl van zijn wang vegend.


 Naar > de index van dit artikel




RP Logo ster 82 (VV)RP Logo ster 82 (VV)HISTORIE KORPS RIJKSPOLITIE
RIJKSPOLITIE ALGEMEEN
ARCHIEF E. POELAKKER


Henk Poelakker vond na het overlijden van zijn vader (in leven actief bij de Rijkspolitie o.a. in de gemeente Losser) kopieën van processen-verbaal uit lang vervlogen tijden. De inhoud werd een inspiratiebron om verhalen te schrijven.

Verhaal 3. Spijbelen

1955. Het is een half uurtje fietsen vanaf het politiebureau naar de familie Harmsen. Bromsnor stapt zonder kloppen de achterdeur binnen van het huis waar de dertienjarige Johanna met haar ouders woont. Haar vader murmelt zoiets als ‘mojn’ als antwoord op het vrolijke ‘goedemorgen’. Niet wachtend op de uitnodiging om te gaan zitten, schuift Brom aan bij de tafel waarop een eeuwig plastic kleedje lijkt te liggen. Een aangesneden brood, een botervloot met margarine, hagelslag en jam. Om zijn dienstpak niet te bevuilen waagt hij het niet om de ellebogen op tafel te laten steunen. “Ik hoor dat je dochter al enige tijd niet naar school gaat.” Vader veert op: “En van wie heb je dat gehoord dan?” Johanna heeft al te lang de huishoudschool niet bezocht en de commissie tot wering van schoolverzuim schakelde de politie in toen bleek dat de ouders niet kwamen opdagen om de commissie een toelichting te geven op het verzuim.

Harmsen
Een beetje nukkig zegt vader dat hij niet begrijpt waar iedereen zich druk over maakt: “Het kind hoeft nog maar een half jaar naar school. Bovendien is ze ziek geweest. Goed leren kan ze niet want ze is al een keer blijven zitten. Waarom moeten we dat kind nog plagen met een paar maanden onderwijs? Maar oké als het dan echt moet, zal ik mijn best doen om haar weer naar school te sturen.”

Bromsnor voelt dat de oplossing nabij is; maakt het uniform dan toch indruk? Benieuwd is hij waarom het kind thuis gehouden wordt want ziek is ze zeker niet meer; klasgenootjes hebben verteld dat ze haar regelmatig boodschappen hebben zien doen. “Luister Harmsen, je kunt je dochter niet zo maar maanden van school thuishouden. Wat is hier aan de hand?” De vader staat op en vist van achter de pendule op de schoorsteen een envelop. “Weet je hoe het is om met een zieke vrouw te moeten wonen?” en overhandigt de envelop. Het bevat een doktersbriefje waaruit blijkt dat zijn vrouw dringend hulp nodig heeft in de huishouding. “Ik maak als opperman lange dagen in de bouw en iemand moet toch voor ons vrouw zorgen. We hebben het niet breed en dacht dat Johanna de school kon missen als kiespijn. Ze doet boodschappen, ze wast en houdt het huis schoon. Is daar iets op tegen?” Brom denkt na en komt in tweestrijd. Formeel is Harmsen een verdachte en kan de rechter hem ter verantwoording roepen. Informeel ziet hij echter paniek en armoede, ziet hij een dochter die over een half jaar de school verlaat en onmisbaar is in het gezin waar nog meerdere jonge kinderen te tellen zijn. Hij staat op, schuift de stoel weer onder de tafel en zegt dat hij alles nog eens zal overdenken. “Ik kom binnenkort nog eens terug” en zet zijn hand aan de pet ten afscheid.

De oplossing

Niet veel later zit Bromsnor bij de dominee in de pastorie en ondanks dat het gezin van Harmsen niet trouw ter kerke gaat, luistert de dominee aandachtig en denkt hij mee over een oplossing. Aansluitend stapt Brom binnen bij de directrice van Johanna’s school. Onder het genot van een warm kopje koffie worden de kaarten op tafel gelegd. Politie, school en kerk bedenken het volgende: Johanna gaat de komende maanden halve dagen naar school waarmee voldaan wordt aan de leerplicht. De dominee is gaan praten met de wijkzuster. Bromsnor heeft de buurvrouw bereid gevonden om een oogje in het zeil te houden, financieel gesteund door de diaconie. Het proces-verbaal wordt afgesloten met een formeel briefje naar de commissie die de zaak Johanna aanhangig maakte: Mijne Heren, ik kan u meedelen dat Johanna met ingang van afgelopen maandag weer naar school gaat en dat het gezin geholpen wordt.


 Naar > de index van dit artikel




RP Logo ster 82 (VV)RP Logo ster 82 (VV)HISTORIE KORPS RIJKSPOLITIE
RIJKSPOLITIE ALGEMEEN
ARCHIEF E. POELAKKER



Henk Poelakker vond na het overlijden van zijn vader (1920-2011) kopieën van processen-verbaal uit vervlogen tijden. Poelakker sr. was actief bij de Rijkspolitie in Losser. De inhoud van de vondst werd een inspiratiebron om verhalen te schrijven.

Verhaal 4. Kleine vergrijpen.

1956. Uit het logboek van Bromsnor noteren we enkele, voor dietijd, opvallende zaken. We citeren: “Nog maar net begonnen aan de avonddienst, dit keer met de Opperwachtmeester als collega, houden we ter hoogte van de Oude Toren een bestuurder aan van een bromfiets van het merk ‘Mosquito’. Ik zie als agent al snel dat niet ieder wiel is voorzien van een deugdelijke handrem, iets wat de wet voorschrijft. De bromfiets blijkt slechts over een terugtraprem te beschikken. Gerard K. verklaart: “Ik ben inderdaad de eigenaar van deze bromfiets en wist niet dat ieder wiel voorzien moest zijn van een rem. Ik accepteer een bekeuring.” In het proces-verbaal eindig ik de officiële verklaring met ‘de verbalisant wenst voor deze overtreding te schikken’.

Samen met de collega doen we een dorpsronde en rond de klok van half tien in de avond zien we een fietser rijden op een steegje nabij de dorpssmid dat gesloten is voor alle verkeer. We houden de bestuurder staande die het volgende verklaart: “Ik heb altijd al over deze weg gereden en nooit geweten dat dit nu opeens niet meer mag. De door u genoemde borden heb ik niet gezien. Ik ben niet van plan een bekeuring te betalen want ik heb het gevoel dat de borden er zo maar opeens zijn neergezet. Ik wil de zaak voor laten komen.”

Later op de avond, zo rond 23.30 uur, zien we vanuit de richting Oldenzaal een tweewielig rijwiel met hulpmotor van het merk Solex aan komen rijden. De berijder van deze Solex had een bestuurder van een fiets op sleeptouw; zij hield met haar linkerhand de rechterschouder vast van de Solex-berijder. Door middel van mijn zaklantaarn gaf ik de bestuurder een stopteken. Hij legitimeerde zich als Joannes G., geboren in 1928 en verklaarde het volgende: “Ik wist niet dat het verboden was om als bestuurder van een bromfiets een fietser voort te bewegen. De dame die ik op sleeptouw had, is mijn verloofde. We komen zojuist van een bruiloft bij café Dunhof en om eerder thuis te zijn, mocht ze mijn schouder vasthouden. Ik zal de bekeuring betalen, wel jammer van het geld.”

Niet veel later besluiten collega en ik nog een controle te houden op de sluitingstijden van horecagelegenheden. Als eerste belanden we bij Bernhardus O.B. die achter de bar (ook wel ’t schap of ’t buffet genoemd) staat en in gesprek is met drie gasten die op krukken vóór het buffet zitten. Op de vraag waarom er na sluitingstijd (23.00 uur) nog mensen in het café aanwezig zijn, weet eigenaar Bernhardus te melden: “Ik heb mijn gasten al meermalen gezegd dat ze het pand dienen te verlaten. De aanwezigen zijn geen familie van mij en zijn ook niet in dienst van mijn bedrijf.” Dezelfde vraag stellen we aan de gasten die allerlei redenen noemen. Gast 1: “Ik ben zojuist het café binnengegaan om enkele worstjes te kopen aangezien ik merkte dat we geen beleg meer in huis hebben en ik kan mijn man morgenochtend toch niet naar het werk sturen met een kale boterham?” Gast 2: “Ik heb vanaf de officiële sluitingstijd drie biertjes gedronken. Wel wil ik nog zeggen dat de eigenaar meerdere keren heeft gezegd dat we moesten vertrekken.” Gast 3: “Ik zag nog licht branden en dacht er goed aan te doen om de eigenaar te wijzen op de aanstaande sluitingstijd. Bernhardus bood me daarop een consumptie aan die ik bijna opgedronken heb.” De Opperwachtmeester is in een goede stemming en wil geen bekeuringen uitdelen maar sommeert de aanwezigen wel om te vertrekken. Bernhardus schenkt ons als dank een borrel in welke wij ons, nadat de gasten vertrokken zijn, goed laten smaken.


 Naar > de index van dit artikel




RP Logo ster 82 (VV)RP Logo ster 82 (VV)HISTORIE KORPS RIJKSPOLITIE
RIJKSPOLITIE ALGEMEEN
ARCHIEF E. POELAKKER


Henk Poelakker vond na het overlijden van zijn vader (1920-2011) kopieën van processen-verbaal uit vervlogen tijden. Poelakker sr. was actief bij de Rijkspolitie in Losser. De inhoud van de vondst werd een inspiratiebron om verhalen te schrijven.

Verhaal 5. Een illegale verbouwing.

Het is 1956. Ruim tien jaar na de Tweede Wereldoorlog kampt ook Losser nog altijd met woningnood. Pas getrouwde stellen wonen noodgedwongen bij hun ouders, zijn blij met een bovenverdieping of knijpen in hun handen als ze een oud huisje mogen opknappen. Zo vergaat het ook de dan 31-jarige Hendrikus Johannes G. Hij woonde tot voor kort met zijn vrouw en baby op twee slaapkamers bij een kennis. Een maand geleden kan hij een vervallen oud huisje huren net buiten het dorp mits hij het zelf wat opknapt. Hendrikus gaat driftig aan de slag met de toezegging dat de huurbaas het materiaal betaalt. Bromsnor neemt begin december een kijkje en dat op aandringen van een buurtgenoot die zich afvraagt of er wel toestemming is gegeven voor een dergelijke verbouwing.

“Goedemiddag mevrouw”, zo meldt Brom zich saluerend aan de pet bij de vrouw des huizes. “Flink aan het verbouwen? Mag ik even rondkijken?” De vrouw van Hendrikus laat Brom in alle openheid het huis inclusief de verbouwing zien. “Kijk, hier heeft mijn man de twee kleine raampjes vervangen door één groot venster en zoals u ziet is ook de trap op een andere plaats gekomen. De voordeur die oorspronkelijk in het midden van de gevel zat, is verplaatst naar de uiterste hoek van het huis.” Ze praat vol trots over dat wat al tot stand is gekomen en gaat de trap op. “Van twee piepkleine kamertjes heeft mijn echtgenoot één grote slaapkamer gemaakt en ook op zolder is hij bezig om de boel af te timmeren.”

Bromsnor ziet dat het huis een flinke metamorfose in positieve zin heeft ondergaan maar beseft dat ALS deze verbouwing zonder toestemming is uitgevoerd dat de familie G. een probleem heeft. “Mevrouw, ik dank u voor de rondleiding. Iemand in uw buurt vraagt zich af of hier met goedvinden van de gemeente is verbouwd en dat ga ik nu uitzoeken. Goedemiddag.” Hij kijkt nog even in de wieg en ziet dat het kindje tevreden ligt te slapen.”

Op naar het gemeentehuis waar al snel blijkt dat er geen vergunning is aangevraagd laat staan toestemming is verleend. Dan maar eens naar de huisbaas die Bromsnor openhartig te woord staat en dat onder het genot van een kom dampende koffie. “Tja meneer de agent, wat moet ik zeggen. Ik heb het oude huisje onlangs inderdaad verhuurd aan de heer G. en hem toegezegd dat ik de materialen vergoed die hij nodig heeft voor een verbouwing. Ik ben eerlijk gezegd niet wezen kijken maar als ik uw verhaal zo hoor is het pand zowel binnen als buiten grondig veranderd. Daar heb ik geen vergunning voor aangevraagd en G. heeft dat ook niet zo aan mij gemeld. Hij sprak over enkele kleine veranderingen die het huis ten goede zouden komen. Als hij zelf de kleine verbouwing zou verzorgen, zou de huur 4,25 blijven.”

Wat nu? Bromsnor legt het voor aan zijn groepscommandant die adviseert om eens met de burgemeester te gaan praten. Enkele dagen later zit onze agent bij de eerste burger aan tafel en legt voor wat hij heeft geconstateerd: een jong echtpaar heeft een oud huisje illegaal verbouwd. Een krot werd weer bewoonbaar. De burgemeester denkt na en antwoordt: “Als ik het voor het zeggen had, zou ik de mensen gunnen om te blijven wonen in hun verbouwde woning maar regels zijn regels.” Toch wil de burgemeester samen met Bromsnor zoeken naar een oplossing en die ziet er als volgt uit: Bromsnor schrijft een proces-verbaal uit die met een boete kan worden afgedaan. Tegelijkertijd vraagt de huisbaas met de grootst mogelijke spoed alsnog vergunning aan voor een verbouwing welke de gemeente bij voorbaat goedkeurt. De klager uit de buurt krijgt een maand later te horen dat er wel degelijk mondeling vergunning is verleend maar ook dat er een bekeuring is uitgedeeld omdat er al begonnen was met verbouwen alvorens zwart op wit toestemming was verleend.

Bromsnor staat op, zegt dank en groet met de hand aan de pet de burgemeester.


 Naar > de index van dit artikel




RP Logo ster 82 (VV)RP Logo ster 82 (VV)HISTORIE KORPS RIJKSPOLITIE
RIJKSPOLITIE ALGEMEEN
ARCHIEF E. POELAKKER


Henk Poelakker vond na het overlijden van zijn vader (1920-2011) kopieën van processen-verbaal uit vervlogen tijden. Poelakker sr. was actief bij de Rijkspolitie in Losser. De inhoud van de vondst werd een inspiratiebron om verhalen te schrijven.

Verhaal 6. Coloradokever.

Jaren ’50. De coloradokever houdt huis en dat betekent dat het beestje zich tegoed doet aan aardappelloof en een hele oogst kan laten mislukken. In 1948 komt er een wet die bepaalt dat boeren, tuinders en ook burgers verplicht zijn om hun aardappelplanten te behandelen. Met calciumarsenaal of DDT, middelen die thans verboden zijn. Onze Bromsnor wordt op pad gestuurd want als er een landelijk bevel ligt, moet er uiteraard wel controle zijn. Hij meldt zich samen met een heuse controleur bij Johannes N., ver buiten de bebouwde kom van Losser. Het rapport meldt: “Om 14.40 betreden wij het perceel grond van ongeveer vier are en als we het loof bekijken, hebben we hier te maken met de aardappelplant. Zo te zien is het loof niet bespoten. Wel zien we dat het loof bij nadere inspectie vol met levende larven zit, wel zeker 400 stuks op het hele perceel. De conclusie wordt snel getrokken: Johannes heeft zich niet aan de plicht gehouden om de kevers en hun larven te bestrijden.” Uiteraard doet Bromsnor aan hoor en wederhoor en wat blijkt? Johannes vertelt dat hij wel degelijk inspanningen heeft verricht om de beestjes te verdelgen maar dat hij dat de afgelopen tien dagen helaas heeft verzuimd. De bekeuring vindt hij daarom terecht en de beste man belooft beterschap.

De volgende dag gaat Bromsnor naar de heer H. aan de Lutterstraat die ervan verdacht wordt een fraaie eikenboom te hebben omgezaagd en dat zonder vergunning. Foei. “Goedenavond vriend”, zegt onze Brom en salueert met zijn rechterhand even aan zijn pet. “Ik zie dat u een boom heeft omgezaagd en vraag me af of u daarvoor wel toestemming had.” De wat zenuwachtige H. komt maar moeizaam uit zijn woorden maar Bromsnor begrijpt uit het gehakkel dat de huisbaas akkoord was. H. had in zijn beleving dus toestemming. Eerst maar eens naar de eigenaar van het pand en dat is Kees de V. die middenin het dorp woont. Deze begrijpt de commotie niet en is van zijn gelijk overtuigd: “Luister veldwachter, ik heb geen vergunning nodig want deze boom is van mij, stond op mijn grond en nam veel licht weg voor de woning. Bovendien zaten de elektriciteitsdraden verweven in de boom. Levensgevaarlijk.” Tja, wat nu. Een bekeuring uitdelen? Aan wie? Bromsnor: “U hoort nog van me maar in de tussentijd moet de boom hier blijven liggen.” Die avond wordt een compromis uitgebroed. De bewoner krijgt een reprimande met uitleg dat hij in voorkomende gevallen toch echt een vergunning van de gemeente nodig heeft. De huisbaas krijgt te horen dat de boom in beslag wordt genomen omdat hij zonder kapvergunning de eik heeft laten omzagen. De boom komt ter beschikking van het Rijksbureau voor hout te Amsterdam.

In diezelfde week blijkt ontslag nemen in die jaren niet zo eenvoudig. In Overdinkel woont Roelof H. (34 jaar) en hij is boos. In zijn ogen heeft hij te weinig vakantiegeld ontvangen. Bovendien kan hij elders meer verdienen. “Beste baas, ik neem ontslag en kom morgen niet meer werken”, zo heeft deze Roelof onlangs gezegd waarop de baas reageerde met: “Dat kan zo maar niet. Je weet best dat je ontslag formeel aangevraagd moet worden bij het Arbeidsbureau. Ga daar maar heen en ik hoor dan wel wat zij besluiten.” Roelof loopt vervolgens boos weg, gaat niet naar het genoemde bureau en laat zich de dagen daarna niet meer zien. De baas doet een week later aangifte bij het Arbeidsbureau en die verzoekt de politie tot actie over te gaan. Roelof kreeg destijds én een bekeuring én de plicht om weer bij zijn oude baas aan de slag te gaan.


 Naar > de index van dit artikel




RP Logo ster 82 (VV)RP Logo ster 82 (VV)HISTORIE KORPS RIJKSPOLITIE
RIJKSPOLITIE ALGEMEEN
ARCHIEF E. POELAKKER


Henk Poelakker vond na het overlijden van zijn vader (1920-2011) kopieën van processen-verbaal uit vervlogen tijden. Poelakker sr. was actief bij de Rijkspolitie in Losser. De inhoud van de vondst werd een inspiratiebron om verhalen te schrijven.

Verhaal 7. Asielzoeker hondenkennel vrijage.

Waarschijnlijk bestonden de woorden asielzoeker, arbeidsmigrant en economische vluchteling in de jaren ’50 nog niet. Toch kreeg Bromsnor ermee te maken. De Burgemeester van Losser verzoekt om inlichtingen omtrent ene Istvan die in Boedapest werd geboren. Hij trouwde direct na WOll met Maria en wil nu, vijf jaar later, Nederlander worden. In het proces-verbaal spreekt Bromsnor over het formele woord neutralisatie. Wie anno 2021 landgenoot wil worden, moet een heel traject afleggen inclusief een Inburgeringscursus, een bewijs van Goed Gedrag en laten zien dat je de taal enigszins machtig bent. Het lijkt erop dat het in die tijd wat sneller ging. Bromsnor moet praten met de echtgenote van Istvan, met de bank, met de woningbouwvereniging, met maatschappelijk werk enz. Een maand later stuurt Brom één A4-tje naar zijn opdrachtgever en schrijft: volgens de door mijn ingewonnen inlichtingen is niet te verwachten dat Istvan (politieke) handelingen zal plegen die in strijd zijn met de Nederlandse belangen. De verwachting is dat hij zich, net als in de voorbije jaren, als een goed Nederlander zal blijven gedragen.

Geen vergunning

Een schril contrast: voor de eigenaar van de hondenkennel in het buitengebied van Losser heeft Bromsnor maar liefst drie kantjes getypt. Over deze meneer zijn diverse klachten binnen gekomen. Zijn twaalf honden, waarvan er meerdere opgeleid zijn tot zogeheten kettinghond, zouden in erbarmelijke omstandigheden gehuisvest zijn. Brom neemt meerdere keren een kijkje, neemt de zaak heel serieus, meet de hokken tot op de centimeter op, ziet dat de dieren er onverzorgd uitzien en constateert ratten en muizen in en om de kennel. De eigenaar krijgt twee kansen om voor een bepaalde datum zijn zaakjes op orde te krijgen maar verprutst deze finaal. Bij de volgende bezoeken ziet Bromsnor totaal geen verbetering en hij doet een voorstel aan de rechter: ontneem deze meneer zijn vergunning.

Vrijage

Het is een zwoele zomeravond in 1951. Bromsnor werkt dan nog in Berghuizen dat bij de gemeente Losser behoort. Hij heeft avonddienst en dat vindt hij niet vervelend. Op zijn dienstfiets laat hij de bebouwing dorp achter zich en rijdt de natuur in. Het is daar heerlijk koel en als hij langs de bosrand met zicht op het grasland van boer Bouwmeester fietst, stopt hij bij de onlangs omgezaagde berken. Op een van de stammen, een meter of tien vanaf het bouwland nestelt hij zich neder. In de verte hoort hij een merel zijn avondlied zingen. Opeens hoort hij gegiechel en kijkt naar links en rechts. Niets te zien. Opnieuw gelach. Potvolblommen, het geluid komt van voren. Een meter of dertig in het koren beweegt wat en wordt een hoge gil doorsneden door een bariton. Ook Bromsnor was eens 16 en gunt de jeugd het plezier. Maar….. de plicht roept want het kostelijke koren wordt lelijk vertrapt en bovendien is het gespeelde spel verboden in de openbare ruimte. Bromsnor twijfelt. Het roggeveld inlopen en zelf het koren beschadigen? Hij staat op, haalt zijn fluit tevoorschijn en blaast zeker tien seconden een oorverdovend signaal. Twee koppies met rode wangen komen naar boven om vervolgens weer snel onder te duiken. Enkele seconden later ziet Brom de jongeman onhandig zijn broek dichtriemen. Nogmaals laat hij zijn fluitsignaal horen en wenkt het jonge stel. Bedremmeld, schuldbewust en angstig stappen ze over het prikkeldraad het bospad op. “Zo”, zegt Bromsnor met sonore stem. “Zo, zo” en neemt het paartje op van teen tot kruin. “Dat ziet er niet best uit voor jullie.” Inwendig moet hij lachen maar van buiten is hij de strenge veldwachter. “Ik zal jullie matsen met slechts een bekeuring voor het zich bevinden op andermans grondgebied. Naam en adres?” Niet veel later slaat Brom zijn rechterbeen weer over het zadel om fluitend zijn dienst te vervolgen. Nog een uurtje. Wat een heerlijke avond.


 Naar > de index van dit artikel




RP Logo ster 82 (VV)RP Logo ster 82 (VV)HISTORIE KORPS RIJKSPOLITIE
RIJKSPOLITIE ALGEMEEN
ARCHIEF E. POELAKKER


Henk Poelakker vond na het overlijden van zijn vader (1920-2011) kopieën van processen-verbaal uit vervlogen tijden. Poelakker sr. was actief bij de Rijkspolitie in Losser. De inhoud van de vondst werd een inspiratiebron om verhalen te schrijven.

Verhaal 8. Sluitingstijd.

Na sluitingstijd

Ook in 1947 bestaan er grote en kleine regels die ervoor moeten zorgen dat de maatschappij niet ontwricht. Winkels moeten bijvoorbeeld stipt op tijd worden gesloten. Die avond ziet Bromsnor tot zijn tevredenheid dat de winkels hun deuren gesloten hebben zoals dat in de plaatselijke verordening staat geschreven. Hé, wat zie ik daar? Nog mensen in de sigarenwinkel? Het is kwart over zes, dus na sluitingstijd. Even poolshoogte nemen. De winkeldeur is nog open. “Goedenavond, problemen?” De sigarenman voelt nattigheid en stamelt zoiets als: “We hadden nog even een praatje maar de winkel gaat echt dicht hoor.” Bromsnor is coulant maar weet dat hij voor de gek wordt gehouden. Hij accepteert het klanten bindende snoepje. “Zes uur hè, daar moet iedereen zich aan houden.” Een dag of wat later ziet Bromsnor andermaal dat er na 18.00 uur nog een klant in de winkel is. Hij kan van enige afstand door de winkelruit zien dat er een pakje sigaretten over de toonbank gaat. “Goedenavond, weer een praatje gemaakt?” En voor de eigenaar hem opnieuw iets op de mouw spelt, trekt Bromsnor zijn bonnenboekje.

Een lekker ijsje
Het is warm op deze Hemelvaartsdag in 1948, er zijn veel fietsers op de been. Zo ook Bromsnor met zijn collega. Ze fietsen rondom het dorp en zien al vroeg hele groepen jongeren die een gezellige dag tegemoet gaan. Rond de middag stuiten ze op een ijsverkoper waar veel fietsers even halt houden. De ijscoman doet goede zaken en zijn bezoekers laten zich de verkoelende traktatie goed smaken. “Heren, zin in een lekker ijsje?” Dat klinkt verleidelijk maar ten overstaan van zoveel mensen durven de agenten het aanbod niet direct aan te nemen. Omkoping is de politieman immers vreemd. In plaats daarvan vragen ze de ijsverkoper naar zijn vergunning. De beste man wordt net zo wit als zijn ijs want hij moet bekennen dat hij dit jaar geen vergunning heeft aangevraagd. Tja, wat nu? De veelheid aan mensen die hebben gehoord wat er gaande is, laat niet toe dat de verkoper zijn probleem met een gratis ijsje kan afkopen. Als compromis besluit men het volgende: een bekeuring wordt uitgeschreven maar vandaag mag hij op deze plaats blijven staan.

Autoradio

Bromsnor stapt zonder enige aarzeling de rijbaan op en geeft de automobilist met zijn hand het stopteken. “Mag ik uw papieren even zien?” Het blijkt een vertegenwoordiger uit Sappemeer te zijn die alles netjes in orde heeft. Opeens valt het oog van Bromsnor op een draagbare radio die onder het dashboard is gemonteerd. In 1949 kennen we in ons land belasting op luisteren naar de radio, in de jaren vijftig gevolgd door belasting op televisie kijken. “En meneer, betaalt u ook luistergeld voor die radio?” De man moet bekennen dat hij de radio niet heeft aangemeld en dus in overtreding is. Een bekeuring volgt.

Op de koffie

Kerst 1950. Bakkers hebben het ontzettend druk want iedereen wil iets lekkers in huis halen. Het is koud en Bromsnor en zijn collega stappen rond 06.00 uur een warme bakkerij binnen. Ze treffen het. De bakkersvrouw serveert net een bak koffie plus een beschuit voor de bakker. “Ben je al vroeg begonnen”, zo vraagt Brom om een gesprekje aan te knopen. “Wel, vandaag om vier uur maar de komende week zal ik een paar dagen ’s nachts het bed niet zien en heb ik extra mankracht ingehuurd.” Slurpend aan de lekker warme koffie, geeft Bromsnor nog een tip: “Zorg dan wel dat je van de gemeente vergunning hebt want je weet dat werken buiten de gewone tijden zelfs voor jou en zelfs rondom Kerst verboden is?” De bakker slaat de veldwachter op zijn schouder en zegt: “Bedankt voor de tip, dat was ik totaal vergeten, ga ik vandaag nog in orde maken.”


 Naar > de index van dit artikel




RP Logo ster 82 (VV)RP Logo ster 82 (VV)HISTORIE KORPS RIJKSPOLITIE
RIJKSPOLITIE ALGEMEEN
ARCHIEF E. POELAKKER


Henk Poelakker vond na het overlijden van zijn vader (1920-2011) kopieën van processen-verbaal uit vervlogen tijden. Poelakker sr. was actief bij de Rijkspolitie in Losser. De inhoud van de vondst werd een inspiratiebron om verhalen te schrijven.

Verhaal 9. Zwart werken en een haas geschoten

Bruiloft

Het is begin mei 1950 als er een bruiloft wordt gevierd in een plaatselijke feestlocatie. Bromsnor stapt het etablissement binnen en ziet een zaal vol met feestgangers. Twee heren in kelnerskostuum brengen drankjes rond en lopen af en aan. Bromsnor herkent één van deze kelners. Die werkt toch in een naburige fabriek? Brom stapt naar de beheerder en vraagt of er vergunning voor de heren beschikbaar is, afgegeven door de Arbeidsinspectie. Pech voor deze twee harde werkers want regels zijn regels. Het verweer: “Ik werk 12 uur per dag in de fabriek en wil voor mijn grote gezin toch nog graag wat bij verdienen. De beheerder kon niemand anders vinden en zocht twee obers.” Bromsnor kan niet anders dan een bekeuring uitdelen aan zowel de beheerder als de twee obers. Om het feest niet te bederven, mogen de twee deze avond nog gewoon doorwerken tot de laatste gasten zijn vertrokken. Prettige avond.

70 cent per uur

Een paar dagen later loopt onze wachtmeester der Rijkspolitie aan het eind van de middag een dorpsronde. Bij de timmerwerkplaats van Jacob R. ziet hij een manneke bezig met verfwerkzaamheden. In die dagen mag je vanaf je 14e fulltime werken maar is deze jongen al wel zo oud?

“Nee”, zo bekent Jan D. “ik ben twaalf en zit in de vijfde klas (nu groep 7). Na schooltijd ben ik hier tot een uur of zes aan het werk; ik verdien er zeven gulden per week mee. Mijn ouders weten hier niets van.”

Bromsnor heeft met het ventje te doen. Waarom wil of moet hij werken en dat voor 70 cent per uur? Eens vragen bij baas Jacob R.

“Ja, ik heb Jan aangenomen en wist dat hij nog geen veertien was en ja ik ben tevreden over zijn werk en ja ik weet dat hij voor weinig geld zijn best doet.”

De wachtmeester schrijft een bekeuring uit voor de baas. Maar om ook de jonge Jan een bon te geven, gaat hem te ver. Hij zoekt de vader van Jan op en die verklaart van niks te weten en belooft dat hij beter toezicht zal houden.

“Nou vader van Jan, daar laten we het voor nu bij maar zorg dat het niet meer voorkomt.”

Stroperij

De jacht op hazen is gesloten in het najaar van 1950 maar toch zijn er mensen die het wagen om op jacht te gaan. Onze veldwachter heeft zich verscholen in een droge sloot, heeft zijn pet af gedaan en tuurt de weilanden af. Op deze plaats heeft hij al meerdere malen gelegen en tot nu toe tevergeefs maar vanavond is het bingo. In het proces-verbaal staat: “Ik zag een manspersoon met een dubbelloops jachtgeweer in de bosrand staan. Niet veel later brengt hij het geweer naar zijn schouder, zie ik rook en vuur uit de loop gevolgd door een knal. Een wegrennende haas is letterlijk het haasje. De stroper loopt het weiland in en raapt de haas op waarna ik de pet opzet, uit de sloot kruip en hem toeroep dat hij moet blijven staan. Even later vraag ik naar zijn naam, fouilleer hem en neem het wapen in beslag alsmede de geschoten haas. Het blijkt dat deze stroper én geen jachtvergunning heeft én buiten het seizoen op jacht is én illegaal een wapen gebruikt. Daar moet de rechter maar over beslissen.”

En de haas? Bromsnor fietst aan het eind van de middag naar de sociale dienst van de gemeente en dat op advies van de Provinciale Voedsel Commissaris. Op het gemeentehuis kent men mensen met een smalle beurs die de geschoten haas graag willen villen.


Naar > de index van dit artikel